Kinderen voor Grote Mensen

In mijn vrij onbezorgde jeugd, toen buitenspelen de playstation van nu was en je alle telefoonnummers van je beste vrienden uit je hoofd kende, was ik fan van Kinderen voor Kinderen. En had ik zorgvuldig alle cd’s, mijn collectie bestond uit zeker 15 exemplaren, opgenomen op cassettebandjes zodat ik ze onderweg naar school kon luisteren middels mijn super hippe walkman in woeste primaire kleuren waar je aan de achterkant de tandwieltjes kon zien draaien door een doorzichtig plaatje. Waarschijnlijk een wanhopige poging van mijn ouders om mij als vrouw te enthousiasmeren voor techniek die faalde, maar nu slaan we een zijpad in.

Kinderen voor Kinderen 1 t/m 15 begonnen allemaal met hetzelfde nummer en de tekst daarvan deed mijn 6 jarige kinderbrein bijzonder volwassen overwegingen maken over mijn toekomst:

Als een kind in zo’n land arm en vuil van honger vergaat,
Als het slaapt op straat,
Als een kind niet eens weet wie z’n ouders zijn,
Dan lijkt een kind o hulpeloos, zo kwetsbaar en zo klein te zijn.

En daarmee hadden ze me, hoor. Al die arme kinderen die op straat tussen het vuilnis naar eten moesten zoeken en al blij waren met het klokhuis van een appel. Zo zag ik dat dan voor me en dat had misschien ook te maken met het feit dat mijn ouders me dagelijks het Klokhuis lieten kijken met het idee je dochter zo te kunnen enthousiasmeren voor techniek, maar again we’re going off track. Ik kon niet bolwerken waarom al die grote mensen nog meer kinderen aan het maken waren in plaats van deze zielige weesjes een warm thuis te geven. Als ik ooit een kind zou nemen, zou ik er dus sowieso een adopteren. Want zielig! Dat mijn beste vriendinnetje in die tijd een geadopteerde Sri Lankaanse met een lui oog en een gigantische pleister op haar bril was, sterkte mij in het gevoel dat ik iets vreselijk goeds ging doen later.

In de ruim 20 jaar die volgde leerde ik een hoop over mezelf en de wereld en vooral over de plek die ik in die wereld wil innemen. Nu was ik destijds al het enige meisje dat tijdens het kringgesprek met het thema ‘wat wil je later worden’ niet moeder zei, maar prinses of astronaut en het liefst allebei. En dat je ooit een eigen kind, of twee, of drie zou willen, dat heb ik tot op de dag van vandaag nooit begrepen. Don’t get me wrong, ik snap heus wel dat mensen dat willen. Want ze houden van elkaar, willen dat bezegelen en dan hoort dit erbij. Maar in mijn lijf is er geen greintje behoefte te vinden om deze wens in vervulling te doen laten komen. Dat stuit alleen niet op veel begrip.

Ik kreeg laatst oprecht de vraag:”Heb je je al laten steriliseren dan, als je dit zo zeker weet?” Holy fuck mens! What the hell? Het was wel weer even wat anders dan de standaard “Je bent te jong om dit al te weten, wacht maar tot je halverwege de dertig bent” opmerking die ik normaal pareer. Want waarom mag ik dit niet willen? In een gesprek over dit onderwerp heb ik oprecht een disclaimer ingebouwd in m’n antwoord om de reactie van de ander alvast voor te zijn. In plaats van ik wil later geen kinderen, zeg ik tegenwoordig: ik denk op dit moment niet dat ik later kinderen wil en kan het me ook niet voorstellen dat dit veranderd, maar ik zeg niet dat dit niet alsnog zou kunnen veranderen.

Illustratie door Gerdien van Halteren

But WHY? Waarom zeg ik dit? Als een man zegt geen kinderen te willen krijgt hij dan ook te horen dat hij dit nog niet kan weten? Worden wij vrouwen vanaf midden dertig ineens compleet irrationele wezens die worden overgenomen door rammelende eierstokken en gierende hormonen, waardoor we dan niet meer kunnen kiezen of we onszelf geschikt vinden voor het opvoeden van een levend wezen? I know! Ik heb wel overwogen besloten dat ik geen goede moeder zal zijn. Ja, ik vind het kut als mijn vrienden of familie ziek, verdrietig, zwak of misselijk zijn en dan wil ik je soep brengen en zeggen dat het goed komt. En ja, als je iets heel vets doet zoals een marathon lopen, een kick ass nieuwe baan binnenslepen of zelf je band plakken dan wil ik dat met je vieren en je huis versieren met slingers en confetti in je gezicht blazen. Maar daarna kan ik weglopen en kan jij voor jezelf zorgen en hoef ik je niet te beschermen tegen een boze wereld of mijn eigen plannen aan de kant te zetten omdat je afhankelijk van mij bent.

En nu ga ik iets zeggen waar mensen misschien van schrikken, maar het is geen compliment en het maakte me ergens verdrietig als je tegen me zegt dat je denkt dat ik dan stiekem de eerste zal zijn van de vriendengroep die een kind krijgt. Ik wil dit namelijk niet, ik wil geen kind, dus ik vind dit geen leuk grapje. Want op een of andere manier wil je mij op dit vlak dus niet serieus nemen. Want vrouwen willen toch kinderen? Dus ik lul vast maar wat, omdat ik nog niet in een situatie ben beland waarin er ruimte zou zijn voor een kind. Maar snap je dan niet dat die situatie er niet is, omdat ik dat kind niet wil? Ik wil die ruimte niet maken, it’s not for me.

Als we dan toch bij het cliché plaatje zijn aanbeland, dan zouden mannen helemaal geen behoefte hebben aan een kroost en alleen een gezin starten om zo de vrouw tevreden te houden. O ja, en om de sterke genen door te geven. Mijn ervaring is dat het niet willen van kinderen vaak op de meeste verbazing stuit bij mannen, die zien zichzelf stiekem toch al met hun kleine Robin van Persie in de dop op de schouders over straat slenteren. Of dat ze denken dat ik geen toekomst zie in de relatie en dat op deze manier probeer te laten doorschemeren. Dat ik dit niet wil, dat lijkt er bij bijna niemand in te gaan.

Maar weet je, straks als iedereen moeder is ben ik prinses of astronaut en het liefst allebei. En omdat ik nooit luiers of melkpoeder of tepelcompressen hoef te kopen heb ik heel veel geld over voor hele appels en alle Kinderen voor Kinderen downloads.