Met z’n allen in de kleinste ruimte die je kunt bedenken en toch proberen we keihard alleen te zijn

In de metro pakken zich de mensen samen, ze wurmen zich in de leegte holtes tussen andermans oksels. Koptelefoons sluiten de wereld buiten terwijl iedereen elkaars aura’s opsnuift. Met z’n allen in de kleinste ruimte die je kunt bedenken en toch proberen we keihard alleen te zijn. Er wordt nog net sorry gezegd als iemand zich weer probeert te bevrijden van dit onontkomelijke ochtendritueel.

In de palm van je hand heb je de hele wereld. In je broekzak zitten al je vrienden. Hun foto’s op instagram, hun berichten in je whatsapp, hun gedeelde wijsheden op facebook. Zelfs in je eentje lopend op straat ben je constant in gesprek. Want iedereen is een facetime call away en dan heb je geen nieuwe maten meer nodig toch?

Maar worden we niet stiekem steeds eenzamer van al dat voortdurende samen zijn? Wie wacht nog op een ander zonder als een zombie naar zijn scherm te staren? Wie zit nog in een koffietent echt koffie te drinken en niet freelancend verscholen achter z’n macbook? Wie durft nog de ander op straat recht in de ogen te kijken, misschien zelfs te glimlachen of goedemorgen te wensen?

In Japan bestaan er al datingapps en -bureaus om vrienden te zoeken. Want de mensen daar maken zulke lange dagen op hun kantoor dat ze thuis komen in hun studio en de hele dag niemand anders zien of spreken dan een of twee collega’s. Er bestaan ook speciale schoonmaakbedrijven die je studio komen schoonmaken als je er alleen bent doodgegaan en het een maand duurde voordat iemand dat door had. Omdat je geen vrienden hebt.

Dat gebeurt hier echt niet. Want wij houden van gezellig en van bier drinken met elkaar in de kroeg omdat Nederland speelt of omdat het koningsdag is. Dan praten we met iedereen. Maar ondertussen lijkt niemand meer een date te hebben die niet eerst na een lange zoektocht naar het groenere gras van de buren toch maar rechts is geswipt. Lijkt een gesprek in de kroeg ‘gewoon zonder bijbedoelingen’ een van de raarste dingen te zijn die je kan doen. Laat staan dat je iemand complimenteert met zijn of haar outfit op straat. “Hallo, wij kennen elkaar toch helemaal niet?”

Maar dat is toch juist het mooie, dat we allemaal in ons eentje op deze aardkloot landen en ons levenlang elkaar kunnen leren kennen. Dat we niet alleen maar hoeven af te spreken met die mensen uit de ‘Chersonisos 2006’ app, maar misschien wel een veel leuker gesprek kunnen hebben met die onbekende achter je in de rij bij de appie.

Als ik tijd heb ga ik vaak lopen naar mijn volgende afspraak, of naar huis. Dan zet ik mijn koptelefoon af en kijk naar alle gezichten die mij passeren terwijl ik de stad doorkruis. Gezichten van mensen die ik allemaal nog nooit heb ontmoet denk ik dan. Gezichten van mensen die ik misschien wel ga ontmoeten. Ik kijk ze dan recht aan, wat vaak wordt beantwoord met een afgewende blik. Want het liefst zijn we helemaal alleen omringd door heel veel mensen.