Protest op platform crocs: Camp en Parody in hedendaagse Anti-fashion

We leven in de tijden dat fashion shows worden gehost in de lokale McDonalds en crocs hun weg naar de catwalk hebben gebaand. Qua esthetiek en stijl zijn we op een punt beland in onze geschiedenis dat vooral in het teken lijkt te staan van algehele verwarring. We zien dit niet alleen terug in de couture shows; in de hele gemeenschap zien we steeds meer items die voorheen al snel als “lelijk” of “unfashionable” zouden worden bestempeld in de outfits van modebewuste mensen terug. Een voorbeeld hiervan is de Normcore trend van een paar jaar geleden waarbij de incrowd van de fashion- en art scene ineens in kleding op kwam dagen die normaliter eerder alleen in de kledingkast van een prototype “witte vader met een modaal inkomen uit de suburbs” te vinden zouden zijn. Of natuurlijk bij Jerry Seinfield –het ultieme Normcore stijlicoon– in de garderobe. Maar denk ook aan het recentelijk toe eigenen van de sportieve kledingstijl die doen denken aan de gabber/hardcore tijden van de  jaren 1990 en 2000. Op esthetisch vlak zijn er een paar overeenkomsten te vinden tussen deze trends. Ze lijken allemaal;

  • Geïnspireerd door de lage- en middenklasse en/of;
  • Pop culture;
  • Een reboot van items en stijlen die voorheen veelal werden afgekeurd

Deze fashion trends, of beter gezegd “anti-fashion” trends, krijgen vaak met de nodige misvattingen te maken. In het geval van de Normcore trend bekritiseerde mensen het homogene en saaie karakter van de stijl. Meer serieuze aantijgingen is de kritiek dat jonge mensen items van de arbeidersklasse niet alleen gedachteloos overnemen maar ook nog eens belachelijk maken. Een een veel grotere groep mensen vinden recente anti-fashion trends vooral gewoon héél, héél erg lelijk. 

Vaak missen deze kritieken de Camp traditie waar deze trends hun filosofische oorsprong in lijken te vinden. De ironie die erbij aan te pas komt. Het concept Camp kennen we vaak vanuit de cultuuranalyses van voornamelijk kunst en films. Echter, op het gebied van mode is Camp ook zonder meer te signaleren. De ondermijnende aspecten van anti-fashion zijn niet alleen beter te herkennen en maar ook beter te begrijpen wanneer we de trends vanuit een Camp perspectief analyseren. Maar eerst: Wat is Camp dan precies?

‘something that provides sophisticated, knowing amusement, as by virtue of its being artlessly mannered or stylized, self-consciously artificial and extravagant, or teasingly ingenuous and sentimental.’

Dit is het de omschrijving van Camp zoals die op Dictionary.com te lezen is. Dit geeft wellicht nog niet een goed genoeg beeld van het veelbesproken fenomeen. Camp is altijd lastig te definiëren geweest. Susan Sontag beschreef Camp, in het beroemde essay Notes on Camp, als een sensibility. Hiermee benadrukte ze het ongrijpbare en gevoelsmatige karakter van Camp. Het is niet een concept dat makkelijk in een vast stramien te plaatsen is. Het laat zich niet vastpinnen. ‘A sensibility is almost, but not quite, ineffable. Any sensibility which can be crammed into the mold of a system, or handled with the rough tools of proof, is no longer a sensibility at all. It has hardened into an idea.’ (Sontag 276). 

Sontag geeft ons in haar essay echter wel een opsomming van de karakteristieken waar Camp volgens haar aan voldoet. Om te beginnen is er binnen Camp een grote waardering en bewondering voor het artificiële. Mass culture wordt omarmt juist omdat het in het teken staat van maakbaarheid en replica’s. Buiten een voorliefde voor het onnatuurlijke is binnen Camp ook veel extraversie en overdrijving te vinden. Het is dan ook niet heel gek dat Camp zijn oorsprong voornamelijk vond binnen de queer culture. Daarnaast is Camp in zekere zin ook nostalgisch. De betekenis van objecten en cultuur veranderen met de tijd. Dit zorgt ervoor dat er een bepaalde afstand wordt gecreëerd tussen de objecten en de mens. Dit gevoel van afstand is precies iets waar Camp niet zonder mee kan. Echter, een van de meest fundamentele aspecten van Camp is humour: ‘The whole point of Camp is to dethrone the serious. Camp is playful, anti-serious. More precisely, Camp involves a new, more complex relation to “the serious”. One can be serious about the frivolous, frivolous about the serious’ (Sontag 277-288).

Om het even nog gemakkelijker te maken kunnen heel veel culturele fenomenen of objecten Camp zijn. En daarnaast is lang niet alle Camp bewust en doelgericht. Een voorbeeld van Camp is terug te vinden in de queer community: de Drag Queen. De Drag Queen probeert tijdens haar optreden niet een realistisch beeld van vrouwelijkheid na te streven; ze probeert vrouwen zoals die te herkennen zijn in het dagelijks leven niet te belichamen. De Drag Queen belichaamt in haar performance juist een uitvergrote en artificiële voorstelling van vrouwelijkheid, of beter gezegd, een voorstelling van de notie van vrouwelijkheid die wij in onze huidige maatschappij aanhouden. 

Drag Queens zijn als het ware vrouwelijker dan “de vrouw”. Juist daarom is het Camp. De popster Cher is ook Camp. En de films van John Waters. Oscar Wilde. Mae West. Lana del Rey. Op gebied van mode is het Nederlandse Maison the Faux, zoals de naam eigenlijk al doet vermoeden, heel erg Camp. Cowboys zijn echter niet Camp, maar ze zijn wel héél gemakkelijk Camp te maken. De muziek van Honey Harper is bijvoorbeeld te lezen als een Camp herhaling van het normatieve idee van de Cowboy en Western muziek. Wat Camp zo lastig maakt te definiëren is dat het geen afgebakende kunststroming of stijl is. Het is ook een bepaalde manier om naar de wereld te kijken.  Wat wel of niet Camp is wordt (gedeeltelijk) door de toeschouwer bepaald (Sontag 277). 

Hoewel het essay Notes on Camp van Susan Sontag grotendeels verantwoordelijk is voor de bekendheid van het fenomeen Camp onder het grote publiek zijn er ook velen die het niet eens zijn met Sontag’s visie op Camp. Een van die kritieken is dat Camp volgens Sontag a-politiek is. Hoewel Camp bij lange na niet moralistisch is te noemen is er wel degelijk een inhoudelijk, en zelfs subversief, aspect te herkennen. Dit zit hem vooral in de Postmoderistische herhaling die centraal staat bij Camp. Doordat Camp vaak bestaat uit de overdreven herhaling van geaccepteerde noties en gedachtegoed is er binnen die uitvergroting juist ruimte voor confrontatie en kritiek. Camp herhaalt niet alleen, het daagt ook uit. Like Sontag said: ‘Camp sees everything in quotation marks. It’s not a lamp but a “lamp”. It’s not a woman but a “woman”(Sontag 280).’ 

Voor de buitenstaander is Camp daarom vaak lastig te herkennen: Is het serieus of juist een grap? Kunst of Kitsch? Een nieuwe trend of iets dat je oma al jaren in haar heeft hangen? Doordat Camp deze vragen oproept worden we geconfronteerd met ons eigen gedachtegoed en de aannames die daarmee samengaan. Het laat op die manier zien dat de manier waarop we categoriseren en plaatsen eigenlijk heel arbitrair is. Want wat is immers “serieuze kunst”? Of wat betekent het nou werkelijk om “vrouw” te zijn? Via de herhaling biedt Camp een manier om te protesteren tegen de geaccepteerde norm. De vraag die Camp je uiteindelijk lijkt te willen stellen is: Maar wat is nou precies “normaal”? 

Moe Meyers, editor van de collectie essays The Politics and Poetics of Camp, is een van de mensen die Camp vanuit een veel politieker oogpunt bekijkt dan Susan Sontag. Hij definieert Camp heel breed als: strategies and tactics of queer parody’ (Meyer 3). Hiermee onderschrijft hij niet alleen de Queer oorsprong van Camp maar brengt hij ook het Postmodernistische karakter van Camp naar de voorgrond. Parody, zoals het in dit geval gebruikt wordt, is gebaseerd op Linda Hutcheon haar visie op het concept (Hutcheon 93-95). Hutcheon ziet Parody vanuit een veel minder negatief beeld dan de filosoof Frederik Jameson, de filosoof die onder andere met zijn ideeën over Pastisch en Parody een grote bijdrage maakte aan hoe we tegenwoordig over Postmodernisme denken. (Voor degene die meer willen weten over Postmodernisme en Jameson is hier een toegankelijke YouTube video gelinked waarin YouTuber Tom Nicholas het concept zo mogelijk probeert te verduidelijken. 1.3K likes dus het is niet de zoveelste saaie lecture. Echt niet. Kijk maar gewoon.)

Linda Hutcheon ziet de Postmodernistische Parody niet als leeg maar juist als iets dat ons onderliggende ideologisch gedachtegoed uit kan dagen. Door herhaling en kleine veranderingen binnen die herhaling worden veel aannames ook weerlegd (Hutcheon 93-94). Camp houdt ons een spiegel voor maar wellicht is niet iedereen klaar om daar echt in te kijken. Het kan een ongemakkelijke gewaarwording zijn. Deze herhaling is een interessant maar ook niet geheel onproblematisch aspect van vormen van Postmodernistische Parody zoals Camp. ‘parody is doubly coded in political terms: it both legitimizes and subverts that which it parodies’ (Hutcheon 111). Dit is in lijn met het verschil tussen Postmodernisme en Modernisme aangezien er in Modernisme veel meer zekerheid is. Modernisme gelooft in rotsvaste waarheden; “Dit is goed en dat is onherroepelijk slecht” of  “Het zou zo moeten zijn en zeker niet zo”. Postmodernisme daarentegen gelooft niet in eenduidige, onderliggende waarheden en blijft daarom ook veel meer open dan Modernisme. De vragen worden niet met absolute zekerheid beantwoordt, de vragen worden alleen gesteld (Hutcheon 99). In andere woorden: de grens tussen kritiekloze acceptatie en subversieve herhaling zijn soms heel erg vaag. 

Door anti-fashion vanuit het Camp perspectief te bekijken creëren we veel meer ruimte om de nuance op te zoeken. Maar kan anti-fashion echt gezien worden als Camp? Er is in ieder geval zeker een grote overlapping te zien tussen beide. Om te beginnen de notie van (gestileerde) uitvergroting: zelfs een trend als Normcore, die allesbehalve uitgesproken lijkt te zijn, is gehuld in extravagantie. Normcore is namelijk niet alleen normaal, het is hardcore normal. En Demna Gvasalia kopieerde niet simpelweg het design van de beruchte crocs schoenen, hij voegde er enorme plateauzolen aan toe. Het is een theatrale hyperbool van de middelmaat. Buitensporige alledaagsheid. Referenties uit de pop cultuur zijn daarnaast overduidelijk aanwezig en ook de nostalgische herhaling van items uit (voornamelijk) de 1990 en 2000 jaren ontbreken zoals gezegd niet. Al met al lijken de parallellen die bestaan tussen anti-fashion en Camp zeker aannemelijk. 

Met de noties van Camp in het achterhoofd is de kritiek die veel anti-fashion ontvangt zoals gezegd veel genuanceerder te bekijken. Camp bespot bijvoorbeeld niet zo zeer de zogenaamd “ongecultiveerde” smaak en gedrag van de arbeidersklasse, Camp bespot juist het verhoogde bewustzijn van klasse segregatie en statussymbolen dat aan diezelfde kritiek ten grondslag ligt. Het laat zien hoeveel aandacht je eigenlijk besteed aan wat “goede smaak” is of wat eigenlijk “echt niet kan” en het confronteert vervolgens door te laten zien hoe ook jij mensen hier juist op beoordeeld. 

Het verwijt dat, voornamelijk Normcore, saai en homogeen zou zijn is ook te ondermijnen. Normcore, door de ironische belichaming van “de norm”, oftewel wit, lagere/middenklasse, en man, zet dit niet neer als iets dat bewaard moet worden, het laat ons juist de mate van constructie en artificialiteit zien die schuilgaat achter hetgeen wat wij zien als “de norm”. Via Normcore wordt “de norm” belichaamt, uit de gebruikelijke context gehaald, uitvergroot, en vanuit een afstand bekeken, om vervolgens tentoongesteld te worden. Dit alles brengt ons in de gelegenheid datzelfde fenomeen aan de kaak te stellen. Kortom: zoals we onder andere via culturele uiting als fashion kunnen zien zijn de kritische noten binnen Postmodernistische fenomenen als Camp wellicht niet eenduidig en simpel, maar ze zijn er wel degelijk. 

Bronvermelding:

Balenciaga. Women SS2018 Fall/Winter. <https://youtu.be/CQ3b5mq9hiE>

Harper, Honey. Strawberry Lite. <https://youtu.be/VP7Kr1eok-U>

Hutcheon, Linda. The Politics of Postmodernism. Routledge, 2007.

Maison the Faux. The Premiere. <https://www.maisonthefaux.com/humanwear/the-premiere/#video>

Meyer, Moe. The Politics and Poetics of Camp. Routledge. 2011. 

Nicholas, Tom. WTF? An Introduction to Postmodernist Theory. <https://youtu.be/o6s_sW6FZ2g> 

Sontag, Susan. Notes on Camp. Penguin Books. 2018. 

Vetements. Men SS2020 Spring/Summer. <https://youtu.be/CQ3b5mq9hiE