Hoe zou het zijn om opeens iemand anders te zijn?

Hoe definieert mijn naam de persoon die ik vandaag ben? En hoe zou het zijn om opeens iemand anders te zijn? Dit zijn vragen waar ik tegenwoordig veel over nadenk. Ik wil mijn moeders achternaam aannemen. ‘The’ in plaats van ‘Moerlie’. Die laatste naam voelt namelijk als die ene kriebelende trui, die jarenlang in je kast ligt, omdat je hem ‘misschien ooit nog wil dragen’. Maar telkens als je hem aandoet, voel je je oncomfortabel en zakt je zelfvertrouwen van een ruime voldoende naar een twee. Het is dus tijd om afstand te doen van het kledingstuk. Er is alleen één probleem, dit kost 835 euro.

Een nieuw begin, hoeveel is dat waard? 835 euro? Minder of juist meer? Ik denk niet dat het te meten valt. Het zou misschien wel makkelijker zijn, als er zonder emoties een berekening gemaakt kon worden. Helaas is de realiteit wat genuanceerder. Deze naamsverandering is voor mij het laatste touwtje waarmee ik verbonden ben aan de persoon die mijn vader had moeten zijn. Ik kan de vrijheid bijna proeven. Die bevrijding is al het geld in de wereld waard. Maar aan het eind van de dag ben ik toch echt een werkloze student zonder rijke moeder. Dus hoe gaat het nu verder? Gooi ik het plan van tafel of kies ik voor de lange weg?

Als ik bij een psycholoog kan aantonen dat deze familienaam mij ‘psychisch hindert’, wordt de wijziging vergoed. Ik twijfel er geen seconde aan dat dit een langzaam en emotioneel slopend proces zal zijn. Maar als dit mijn enige keuze is, is ‘ie snel gemaakt. De prijs voor vrijheid is hoog. Niet financieel, maar emotioneel. Ik maak me er kwaad over dat het zo moet gaan. Ik ben kwaad over het feit dat ik telkens mijn trauma’s met vreemdelingen moet delen, om zeggenschap over mijn naam te krijgen, en daarmee dus over mijn identiteit. En ik ben kwaad over het feit dat het rechtssysteem in Nederland zo’n puinhoop is. Als mijn vader veroordeeld was voor zijn daden, zou ik namelijk over een paar maanden ‘The’ heten. Gratis.

Een naam is belangrijk. Het is het eerste stukje van jezelf dat je deelt met een ander. En in mijn geval is het zelfs vaak een gespreksonderwerp. Ik ben Seshiekela Moerlie. Maar noem me maar gewoon ‘Shiek’. Wat als dit zou veranderen? Wat zou er gebeuren als ik voortaan door het leven ging als ‘Seshiekela The’. Mijn moeder zou drie kinderen hebben met een andere achternaam. Zou ze dat vervelend vinden? Of zal het ons juist dichter bij elkaar brengen, omdat ik op een manier voor haar kies? Mijn vaders familie zou erachter komen dat we geen contact meer hebben. Het zal eindelijk echt zijn, maar veel zal het niet veranderen. Én ik zou een achternaam hebben waar ik trots op kon zijn. Geen kriebelende trui, maar een zachte deken. Een naam die niet verbonden is aan haat, leegte en angst. Het zou een schone lei zijn.