Hoe Femke van der Laan mijn gevoelens bevestigt met haar woorden

‘Het vallen is gelukt, over het opstaan heb ik mijn twijfels.’ Een jaar lang las ik elke zaterdagochtend een nieuwe column van Femke van der Laan in het Parool. Keer op keer verbaasde ik me weer over hoe mooi, maar toch simpel, ze het rouwproces op papier wist te zetten. Ze maakte haar persoonlijke verhaal, het vroege verlies van haar man, de vader van haar kinderen, herkenbaar voor mij, een destijds 17-jarige student die nog nooit een relatie heeft gehad. Inmiddels vormen Femke’s mooie woorden al een tijd een bundel. Stad vol ballonnen: Een jaar van rouw.

Toen ik het boek kocht, ging ik er eigenlijk niet vanuit dat ik ‘m in één zitting uit zou kunnen lezen. Dat is niet te doen met columns, dacht ik. Vóóral niet wanneer ze zo’n zwaarbeladen thema hebben. Maar Femke heeft mijn ongelijk bewezen. Ieder stuk is, zonder al te veel woorden, zo gedetailleerd geschreven dat je niet wil stoppen met lezen. Het zijn geen vrolijke verhalen, in tegendeel, maar ze waren raak. De onderwerpen zijn klein en specifiek, maar tegelijk zo cruciaal en vanzelfsprekend. Het zijn vaak de dingen die we onderschatten, die uiteindelijk het zwaarst vallen. De kleine momenten die je elke ochtend samen deelde. Wat doe je als die er plotseling niet meer zijn? ‘Ik laat de lepel steeds zachter tegen de beker botsen en denk terug aan hoe we samen koffiedronken. Hij wilde maar één keer roeren en dat was het dan. Dus gebruikte hij die van mij. We konden samen toe met één lepel.’

Hoe kan dit boek zo aangrijpend zijn voor iemand die er zo ver vanaf staat? Van der Laan schrijft niet over haar overleden echtgenoot, onze burgemeester. Ze vertelt simpelweg het verhaal van een vrouw die veel te vroeg afscheid moet nemen van haar man. Het verhaal van iemand die een dierbare verliest. Een verhaal dat we ooit allemaal een keer vertellen. Ze spreekt over hoe zo’n gebeurtenis je achtervolgt, zelfs op de momenten dat je dat het minst zou verwachten. ‘Vanavond heb ik een feestje. Een echt feestje, met een jurk, met hakken, met een tasje. In dat tasje vond ik zojuist zijn das. O, was ie hier.’ De dood stopt niet wanneer het ons uitkomt. Het rouwproces is oneindig, we leren er alleen mee leven. Personen worden herinneringen en wij gaan verder in het heden.

‘De regels van Het Grote Wat-als Spel’ is mijn favoriete column. Ik denk vaak na over wie ik nu zou zijn als dingen anders waren gelopen. Hoe het zou zijn als familielid één zou komen te overlijden. Of wat er gebeurd was als nummer twee en ik geen ruzie hadden gekregen. Femke’s kinderen, een rode draad door haar verhalen, fantaseren erover hoe het zou zijn als papa nog leefde. ‘Wie sliep er dan in de kleinste kamer?’ Soms is het moeilijk om mee te gaan in deze gedachtes. De realiteit is de dood, dus je kunt maar beter niet naïef zijn. Toch? Of ligt dit genuanceerder? Ik denk dat het een manier is om heel even te ontsnappen aan de pijnlijke waarheid. Een overlevingsmechanisme, omdat de wereld zo oneerlijk is. Als wij (jong)volwassenen al moeite hebben met grip krijgen op alle ellende die zich afspeelt, waarom verwachten we dat dan van 12-jarigen? Dat is niet eerlijk, dus speelt mama het spel mee. ‘Als Eberhard nog geleefd had, zou ik jullie vanavond uit logeren hebben gedaan.’

‘Stad vol ballonnen’ is een boek voor iedereen. Of je een naaste bent verloren of een jarenlange vriendschap hebt verbroken. We weten allemaal hoe het is om je alleen, achtergesteld of eenzaam te voelen. De leegte die je overhoudt wanneer iemand plotseling uit je leven verdwijnt. Hier het ene moment en een seconde later voor altijd uit zicht. En hoe pijnlijk het kan zijn als alles je herinnert aan die persoon. Je favoriete band, een kledingstuk of een specifieke plek. Van der Laan heeft alles opgeschreven, elk gevoel, voor ons te lezen. En daarmee geeft ze de bevestiging waar we allemaal zo naar verlangen: ik zie je en ik begrijp je.