Wie ben ik om daar iets van te vinden?

Niet durven schrijven is misschien wel erger dan niet weten wat je moet schrijven. Ik las onlangs het boek ‘Niet schrikken mama’ van Alma en Marita Mathijsen. Een interessant brievenboek, waar je razendsnel doorheen vliegt. Ik heb een hoop nieuwe dingen geleerd over de geschiedenis van het feminisme. En nu is het eigenlijk tijd om er iets over te schrijven, maar ik durf de woorden niet op papier te zetten. Ik vertel mezelf dat ik er niet genoeg verstand van heb. Mijn mening telt niet. Wie ben ik om daar iets van te vinden? Een 18-jarige MBO-student? Kom op zeg.

Ik heb geen problemen met hoe ik eruit zie. Gelukkig ook nooit gehad. Als ik in de spiegel kijk, ben ik neutraal. Maar als het aankomt op mijn kennis, ben ik plotseling een onzekere puber. Urenlang maak ik mezelf gek over elk klein detail. Ik kan iets zelf hebben meegemaakt en er nog over twijfelen of ik wel gelijk heb. Ik heb weleens gelezen dat het een ‘vrouwending’ is. Als wij vier van de vijf skills beheersen voor een nieuwe baan, denken we dat we ongeschikt zijn. Een man denkt gewoon: ik ben duidelijk wie zij zoeken. Natuurlijk geldt dit lang niet voor iedereen, maar ik herken mezelf er wel in terug. Ik durf niet genoeg in mijn eigen kwaliteiten te vertrouwen. En ik heb mezelf ervan overtuigd dat ik alles al moet kunnen. Er is geen ruimte voor verbetering en toch moet alles altijd beter.

Soms is het makkelijker om niet te praten dan misschien een fout antwoord te geven. Voordat ik iets heb kunnen zeggen, voel ik me al afgekeurd. Dus blijf ik stil. Ik laat een ander het woord doen. Wanneer de docent vraagt wie de betekenis van een moeilijk woord weet, blijven mijn lippen stijf op elkaar. Als je er niet honderd procent zeker van bent dat je iets weet, houd je toch gewoon je mond? Als ik fout zit zal de hele klas mij uitlachen. Ik lijk comfortabeler te zijn met stilte. Dus laat ik anderen de versie van mij zien waar ik het meest comfortabel ben. De Shiek die in haar fijne bubbel rondhangt, in plaats van risico’s te nemen.
Ik zou juist krachtiger zijn als ik minder in angst zou leven. Ik ben namelijk de enige die heel nauwkeurig let op elke stap die ik zet. Niemand is perfect en toch verwacht ik dat wel van mezelf. Waarom is dat zo? En wat kan ik doen om hier verandering in te brengen?

Waarschijnlijk moet ik het gewoon doen. Schrijf dat boekenstuk, meng je in die discussie en leg dat idee voor. Het wordt vanzelf minder spannend. Makkelijker gezegd dan gedaan, uiteraard. Eén peptalk geeft me niet het zelfvertrouwen dat ik nodig heb om uit mijn comfortzone te treden. Het is een proces van vallen en opstaan. Vandaag is nog niet mijn dag. Morgen, volgende week of volgend jaar misschien ook niet. Maar door hier nu over te schrijven, weet ik dat ik er zal komen. Alles op zijn tijd. Zelfreflectie is de eerste stap naar acceptatie. Ooit zal ik zonder erover na te denken schrijven over onderwerpen waar ik nu nachten van wakker lig. En het zal niet uitmaken of ik een piepjonge MBO-student ben of een knorrig, gepensioneerd vrouwtje. Er zijn geen regels verbonden aan een groeiproces.