Over twee jaar ben ik dertig

Op mijn veertiende maakte ik voor het eerst concrete toekomstplannen. Een daad van grove zelfoverschatting, want mijn verwachtingen waren gebaseerd op de TV series die ik keek. Zo was ik ervan overtuigd dat ik, net als Lauren Conrad en Paris Hilton, op mijn achtentwintigste allang in Hollywood zou wonen en elke nacht voor een ander feestje zou worden uitgenodigd.

De huidige situatie is helaas nogal anders. Een tripje naar Hollywood zit er voorlopig nog niet in en een jaar geleden ben ik zelfs – na vier jaar alleen te hebben geleefd op 25m2 in Amsterdam-Zuid - weer bij mijn moeder ingetrokken. Hoewel ik voor de buitenwereld mooie smoesjes verzin over de reden van de verhuizing blijft het aan mij knagen dat ik niet op eigen benen kan staan. Ik ben achtentwintig en nog niet ‘volwassen’.

Maar wat is volwassen zijn anno 2020? In mijn Randstad-bubbel zie ik niet alleen mijzelf worstelen, maar ook mijn vrienden. Veel van ons verdienen nog te weinig om alleen een eigen huis te huren, laat staan te bezitten. Ook de stijgende huurprijzen die gepaard gaan met de stedelijke gentrificatie en het flexwerk wat we aannemen om het nog te kunnen betalen - mede door het ontbreken van vaste contracten of een heftige studievertraging - werken daarbij niet in ons voordeel. Deze dagelijkse stress wordt verder gestimuleerd door de dromen die we hebben en de doelen die we voor onszelf hebben gesteld om ze waar te maken. Ondertussen cureren we gretig onze online persoonlijkheid en etaleren we - al dan niet gephotoshopt - elke vorm van succes, maar voelen we ons vaak ook minderwaardig als dat van een ander meer likes krijgt. We rennen gedwee mee in een populariteitsmarathon die eigenlijk alleen verliezers kent. Om hieruit te ontsnappen staan er in het weekend rijen voor de ingang van de club en in de rookruimte bezweren we – al dan niet onder invloed van genotsmiddelen – onze eenzaamheid door met vreemden levensverhalen uit te wisselen.

Deze vorm van eenzaamheid wordt niet enkel gevoed door onze eigen online etalage, maar ook door die van anderen. Het gras is immers veelal groener aan de andere kant en zo swipen we ons een ongeluk. Toen ik mij onlangs beklaagde over mijn hectische liefdesleven en de keuzestress die hiermee gepaard ging antwoordde mijn oma dat er “in haar tijd” helemaal geen keuze was. Ze vervolgde: “Rond je twintigste trouwde je met iemand van hetzelfde geloof en dan was het de bedoeling dat je voor eeuwig bij elkaar bleef.” Ze bracht het alsof het een straf was en mijn moeder heeft mij weleens toevertrouwd dat ze het ook zo heeft ervaren. “Ik heb van je opa gehouden, maar hield eigenlijk nog meer van een andere man. Het was onmogelijk om met hem te trouwen, want ‘twee geloven op één kussen, daar slaapt de duivel tussen.’ Voel je gezegend dat je de keuze hebt.”

Als wij gezegend zijn met onze vrijheid omtrent het kiezen van een partner, waarom voelt zij dan vaak als een vloek? Het is alsof mijn muurtje hoger wordt met elke date waaraan ik deelneem en mijn eisenlijstje om deze weer af te breken steeds langer. Elk nieuw contact versterkt mijn gevoel van alleen-zijn. Soms vraag ik mij zelfs af of het niet beter is mij te berusten in de situatie zoals hij is en mij voor te bereiden op een toekomst zonder partner. Intimiteit te vinden bij de vrienden die ik al heb in plaats van haar te zoeken op een dating app of in de rookruimte van een club. Maar als mijn leven zich niet op de conventionele manier ontvouwt voldoe ik dan wel aan de groei die het “volwassen worden” impliceert?

Of ontneemt dit navelstaren op de conservatieve wijze van volwassen worden mij de realisatie dat wij als generatie de mogelijkheid hebben gecreëerd om het concept van ‘volwassen worden’ te herdefiniëren? Wij bezitten de vrijheid om onze eigen toekomst te kiezen, maar ook te beslissen hoe wij - zonder de maatschappelijke bemoeienis die de levens van onze grootouders kenmerkte - volwassen willen worden. Zo hebben wij de kans om de zandloper die constant in onze hoofden huist kapot te slaan en te breken met de behoefte om onze successen met elkaar te vergelijken, deze te staven door middel van likes of followers en de afgunst die dan vaak om de hoek komt kijken. Mede door social media hebben wij de mogelijkheid de successen van een ander net zo hard te vieren als die van onszelf. Elkaar te ondersteunen in het lopen van de populariteitsmarathon en dus samen gelijktijdig over de finish te gaan (als die er al is). Niet alleen kan dit helpen om onze dromen en doelen scherper stellen, maar zo hebben we ook niet per se meer een levenspartner nodig om onze eenzaamheid te bestrijden. En te begrijpen dat wij misschien niet allen volwassen worden op de ‘huisje, trouwen, kinderen’-manier, maar dat we wel degelijk groeien.