Persoonlijke controle en gaslighting: Geef huiselijk geweld een stem

Als lezer(es) van The TittyMag is het je vast niet ontgaan, maar voor diegenen die onder een rots vandaan komen: het is deze week International Women’s Week. Toeval of niet, maar zelfverklaard vrouwenzender Net 5 lanceert precies in deze week Olcay Gulsen’s nieuwe programma over huiselijk geweld. Dus hing ik – net als 411.000 anderen – gisteravond geboeid voor de buis. Doordat het onderwerp mijlenver buiten mijn eigen referentiekader ligt, raakte ik tijdens het programma zelf al geïntrigeerd. Terwijl de beelden aan mij voorbijflitsten maakte mijn hoofd overuren. Wat is, naast geestelijke problemen en verdovende middelen, de voornaamste reden voor huiselijk geweld? En: om hoeveel incidenten gaat het nou eigenlijk?

De eerste scène in het programma maakt de motivatie van Gulsen in ieder geval gelijk duidelijk: Olcay, haar moeder en haar broer en zusjes zijn vroeger óók slachtoffer geweest van huiselijk geweld. De voormalig modeontwerpster is te zien in haar auto terwijl ze met haar moeder belt. Ze vertelt haar moeder dat ze ‘best wel veel vragen heeft over vroeger’ en dat ze in het kader daarvan zou willen praten met haar. In de eerste aflevering doet ze dat nog niet, maar komen wel haar zussen aanbod. Terwijl de tranen vloeien zegt één daarvan dat haar vader haar moeder altijd probeerde “te isoleren” om zo “slechte dingen” te kunnen doen met haar. Dat het isoleren van een slachtoffer wel vaker gebeurt bij huiselijk geweld horen we ook in de verhalen van de ander geïnterviewde slachtoffers, Anna en Jenny. Laatstgenoemde vertelt in het programma dat haar partner ‘haar wilde isoleren’, om zo ‘controle’ op haar ‘te kunnen uitoefenen.’

Dit deed mij denken aan een onderzoeksartikel over huiselijk geweld, gender en persoonlijke controle, waar ik een paar jaar geleden op stuitte tijdens het vergaren van academische artikelen voor een van mijn studievakken. Ondanks dat het artikel 22(!) jaar oud is wordt zij nog vaak geciteerd in publicaties omtrent deze onderwerpen. De auteurs behandelen hierin onder andere het verband tussen persoonlijke controle en huiselijk geweld en de gevolgen van huiselijk geweld hierop. Zo openen ze het onderzoek door te refereren aan eerdere studies die impliceren dat geweld door een man bij een vrouw gebeurt uit angst om de controle over het slachtoffer te verliezen. Hierbij wordt ook uitgelegd dat dit de reden kan zijn waarom geweld vaker escaleert als de vrouw een poging doet haar man te verlaten of wanneer vrouwen zwanger zijn. Zo stellen de onderzoekers dat uit deze eerdere studies is gebleken dat ‘vermeend verlies van controle over de partner of gepercipieerde dreiging door de partner al emotionele stress kunnen veroorzaken bij sommige mannen, vooral de mannen die een ziekelijke behoefte hebben om controle uit te voeren over hun partner.’ [1]

De uitkomst van het onderzoek bevestigt dit gedeeltelijk door te stellen dat het deelnemen in huiselijk geweld de persoonlijke controle van de pleger niet per se vergroot (het is vaak juist ineffectief), maar dat het geweld voor de pleger wel kan dienen als middel voor zichzelf om zijn/haar gevoel van persoonlijke controle te vergroten. De onderzoekers geven hierbij aan dat er voor de vrouwelijke slachtoffers een verband is tussen een verminderd gevoel van persoonlijke controle en de ervaring met huiselijk geweld, maar geven ook toe dat ‘de meest ernstige gevallen van huiselijk geweld zich niet zullen tonen in een vragenlijst’[2] en dat deze gevallen vaak worden gekarakteriseerd door mannen met een extreme behoefte om controle uit te oefenen op een vrouw. Iets wat niet alleen fysiek, maar ook mentaal gebeurt. Zo praat Jenny over hoe zij door haar partner werd gegaslight. Gaslighting is een techniek die erop gericht is om ‘niet alleen onenigheid in de kiem te smoren, maar om het wereldbeeld van de persoon die gaslight zo te bevestigen dat er voor het slachtoffer geen alternatief meer te betwisten valt.’[3]

Als ik door de verhalen van de slachtoffers en de uitkomst van het onderzoek constateer dat één van de redenen voor huiselijk geweld voortkomt uit de emotionele behoefte van een dader om zijn eigen persoonlijke controle terug te winnen, rest mij alleen nog de vraag om hoeveel incidenten het eigenlijk gaat. Gulsen geeft in haar programma aan dat in 2017 84.000 incidenten werden gemeld bij de politie. AT5 heeft iets recentere cijfers en meldt dat in onze hoofdstad vorig jaar “ruim 6600 keer sprake was van een geweldsincident in de huiselijke sfeer” en dat dit een toename is van 7 procent (!) ten opzichte van het jaar daarvoor. Dit nieuws is afkomstig uit een brief aan de gemeente geschreven door de Amsterdamse driehoek, die bestaat uit burgemeester Halsema, de hoofdofficier van justitie en de waarnemend hoofdcommissaris van de politie. Zo meldt de nieuwsbron verder dat de driehoek huiselijk geweld bestempelt als “een hardnekkig probleem” en dat “vanwege de relatie tussen dader en slachtoffer” het vaak lang duurt voordat huiselijk geweld wordt gemeld. De driehoek licht toe dat er gemiddeld 33 keer een mishandeling heeft plaatsgevonden voordat iemand aangifte doet en dat – bij de gezinnen die in beeld zijn – bekend is dat er gemiddeld 71 geweldsincidenten per gezin per jaar plaatsvinden. Een probleem waarmee – zoals al eerder besproken – de onderzoekers bij het laten invullen van de “surveys” in 1998 ook al worstelden en iets wat Olcay in haar programma onderstreept als ze zegt dat het aantal gevallen van geweld achter de voordeur “vele malen hoger ligt dan het aantal meldingen die binnenkomen”.

Nu ben ik niet in de veronderstelling dat jullie of ik het probleem in zijn geheel kunnen oplossen, maar we kunnen wel iets doen. In Olcay & huiselijk geweld wordt er onder meer opgeroepen om – als je iemand kent waarvan je vermoed dat hij/zij slachtoffer is van huiselijk geweld – jezelf tot hem/haar te keren en te vragen of je voor hem/haar iets kunt doen. Ik kan niet anders dan mij achter deze boodschap scharen. Niet alleen creëer je dan de mogelijkheid voor het slachtoffer om uit de geïsoleerde situatie te breken, maar ook kan het gevoel van persoonlijke controle bij hem/haar weer herstelt worden zodat zij de innerlijke kracht vinden om zelf permanent uit de situatie te stappen. In de geest van International Woman’s Week denk ik dat het belangrijk is dat we allen helpen om het leed van deze slachtoffers te erkennen en hen hun stem terug te geven. Ik kan in ieder geval niet anders dan concluderen dat Olcay met haar nieuwe programma op de goede weg is.

(Mocht je zelf slachtoffer zijn van huiselijk geweld bel dan Veilig Thuis: 0800-2000)

Bronvermelding:

Abramson, Kate. “Turning Up The Lights On Gaslighting.” Philosophical Perspectives, vol. 28, 2014, pp. 1–30. JSTOR, www.jstor.org/stable/26614542. Accessed 5 Mar. 2020.

Umberson, Debra, et al. “Domestic Violence, Personal Control, and Gender.” Journal of Marriage and Family, vol. 60, no. 2, 1998, pp. 442–452. JSTOR, www.jstor.org/stable/353860. Accessed 5 Mar. 2020.

[1] Vrij vertaald uit het citaat: “a perceived lack of control over one’s partner or perceived threats to control by one’s partner cause emotional distress for some men, especially those with a need for control.” (Umberson et al. 444)

[2] Vrij vertaald uit citaat: “the most severe cases of domestic violence will not be revealed in surveys” (Umberson et al. 447)

[3] Vrij vertaald uit citaat: “The central desire or aim of the gaslighter (…) is to destroy even the possibility of disagreement—to have his sense of the world not merely confirmed, but placed beyond dispute.” (Abramson 10)