Ik ben een amalgama van herkomst.

Ik ben een amalgama van herkomst. De hoofdnoot is wel Nederlands, maar de basistonen zijn bovenal Indonesisch, vermengd met Schots, Duits en Frans. De ronde vorm van mijn gezicht, het geveinsde zwart van mijn haren en de streepjes van ogen die ontstaan wanneer ik lach verraden de ‘Euraziatische’ cocktail, en, op de donkere jaren van de awkward puberfase na, vond ik vaak juist mijn heil in het afwijken van de blonde, Nederlandse norm.

Ik herkende al vroeg de kracht van het opvallen, en maakte hier soms overmoedig gebruik van in mijn mode-overwegingen. Waar ik me toen van geen kwaad bewust was, hoorde ik jaren later dat er achter m’n rug om op me was afgegeven. Afschudden, die gevoelens, want het streven naar een eigen identiteit vond ik de norm. De wens om daar dan ook nog eens om geprezen te worden, was een ijdele hoop, zeker op een brave Haagse school waar de hegemonie van Ralph Lauren al jaren stand hield.

Anno 2017, is afwijken iedereens norm geworden. Het uitsteken boven de homogene massa is het doel en originaliteit is een belangrijke waarde geworden. Het vreemde en het veranderlijke is het verleidelijke en het vernieuwende geworden.

Toch vindt er een selectie plaats, binnen welke maatschappelijke gebieden deze trend zich vrij mag ontwikkelen en waar deze nog flink wordt ingekort. Zo is bijvoorbeeld de angst voor de influx aan nieuwe inwoners die hun plek hier zoeken, eigenlijk nooit weggeweest. Relaties uit de koloniën, slachtoffers van de slavernij en dan nu vluchtelingen hebben allemaal op enig moment gehoopt op onze acceptatie in de samenleving.

Waar het op cultureel vlak gaaf is om je zo veel mogelijk te onderscheiden, wordt etnische diversiteit vaak nog als ingewikkeld beschouwd. Dan is ineens het verleidelijk afwijkende weer vreemd geworden. Laatst fietste ik ’s avonds, al in het donker door Den Bosch, door een rustige buurt, toen er twee jongens van hun muurtje afsprongen. Ze kwamen weliswaar wat onheilspellend op me af, maar eenmaal dichtbij deden ze ook niet meer dan me even de weg versperren. Ik manoeuvreerde er omheen.

Maar niet voordat de jongens naar elkaar grapten om m’n zogenaamde spleetogen en of ze Chinees bij me konden afhalen. Ik fietste door, maar stond figuurlijk perplex om het feit dat er zo’n hatelijke en intimiderende houding werd aangenomen. Zo was ik laatst nog meer verbaasd over een groep vriendinnen, waar twee van hen situaties vrij besproken waarin ze  een ‘donkere man’ zonder reden hadden gewantrouwd.

Dat maakt toch deel uit van de Amerikaanse problematiek? Racisme is hier toch niet meer zo’n ding, zeker niet bij mijn vrienden? Ik vond het vreemd. Vreemd om te merken dat het vreemde nog zo’n invloed heeft op onze hang naar het vertrouwde. En vervreemdend, dat ik zo ver van de werkelijkheid sta.<