Van homp vlees naar bijzonder ruimteschip: a paddo story

Daar zat ik dan, met een cocktail in mijn ene hand en een sigaretje in de ander. De zon scheen fel op m’n bakkes en de golven bewogen zachtjes heen en weer. Mijn dag kon niet beter. Althans, dat dacht ik. Totdat mijn toenmalige vriend ineens voor mijn neus stond met een dikke portie paddo’s, verwerkt tot een ranzige milkshake met ijs. “Kijk eens!” riep hij. “Gewoon aan de bar gekocht hier.” Trippen is illegaal in Laos, maar kennelijk vrij makkelijk te verkrijgen. “Uhwl.” Ik haalde m’n zonnebril van mijn hoofd om deze poepbruine mix beter te bestuderen. Aangezien ik niet vies ben van een beetje psychedelica, duurde het niet lang voordat ik instemde. “Ok, kom maar door met die shake.” En toen begon de dag pas écht.

Ik hoor je al denken: ‘Schrijft deze meid nou serieus over een paddotrip in Laos???’. Dit wordt inderdaad geen Corona of quarantaine verhaal, maar geen zorgen. De volledige beschrijving zal ik je besparen. Die bestaat namelijk grotendeels uit een gênante collectie ‘Wóóów’s en ‘Whááát’s’. Bovendien word ik liever niet beschuldigd van het promoten en verheerlijken van softdrugsgebruik *kijkt nonchalant de andere kant op*. Wel is de gedachtegang die ik tijdens deze trip heb ontwikkeld mij altijd bij- en dierbaar gebleven, en voelde ik een drang om mijn zweverige theorie op papier te zetten.

Het zit zo: Ik was altijd heel ontevreden over mezelf en had onder andere een eetstoornis die ik continu de koude schouder gaf. Tijdens deze trip ontwikkelde ik echter een perspectief die resulteerde tot een diepe respect voor mijn lijf als geheel. Toentertijd vond ik het baanbrekend, maar het zal me tegenwoordig niets verbazen als er gewoon honderden inspirational quotes over te vinden zijn op Instagram. Anyways.
Op het moment dat die shrooms beginnen in te werken, stribbelt je lijf een beetje tegen. Je lichaam moet namelijk even wennen aan de hoeveelheid psychedelische zooi, voordat het zich compleet overlevert en je lekker naar vliegende Pokémons kan staren. Het begin is dus puur strijden: Trillende handjes, een rommelende maag en het gevoel dat je binnen nu en tien seconden een barf gaat leggen op dat authentiek Laotiaans tapijtje daar in de hoek. Ik weet nog dat ik naar de kleurige patroontjes op mijn armen keek, die steeds sneller begonnen te wiebelen, en voelde hoe mijn lichaam met volle kracht tegen de werkzame stof inging. Jézus, wat een drama. Op cel niveau dan. En wat was ik er toch van onder de indruk. Ik kon op dat moment simpelweg niet loslaten hoe ongelooflijk bijzonder het was dat mijn lichaam die ellende onderging, speciaal voor mij en mijn malle fratsen. Vol fascinatie aaide ik over mijn ledematen en gaf ik mezelf een dikke knuffel. Ik realiseerde me dat ik best wat dankbaarder mocht zijn voor mijn omhulsel.
“Uhhhh, gaat het?” vroeg mn ex.
“Weetje.” Ik keek hem aan met een zelfverzekerde blik en pupillen zo groot als stuiterballen.
“Mijn lichaam is een ruimteschip. Een. Fucking. Ruimteschip.”

~En niemand die mij die dag ook maar een beetje begreep.~

Dat mocht de pret absoluut niet drukken. Belangrijk is dat mijn lichaam en ik sindsdien figuurlijk onafscheidelijk zijn geworden. Klinkt heel sentimenteel allemaal, maar het is echt zo. Ik zag mijn lichaam voorheen als een homp vlees. Voor de spiegel staan, en hoppakee, daar ging die negatieve gedachtegang. Alsof mijn lichaamsdelen losse componenten waren die klaar voor de keuring des levens stonden. Buik? Niet plat genoeg. Bil? Niet groot genoeg. Tieten? Niet stevig genoeg. Terwijl het eigenlijk een wonderbaarlijk kokertje is. Je homeboy/girl/x, die je ondersteunt in het waarmaken van al je gestoorde ideeën. Een bijzonder ruimteschip waarmee je dagelijks je bijdrage aan deze planeet kan besturen. En ik weet ‘t, het werkt niet altijd even perfect. Niet alles verloopt zoals je misschien hoopt. Toch probeert ‘ie elk moment van de dag zijn liefde naar je uit te dragen. Door voor je te zorgen, voor je klaar te staan en je te genezen. Dat lukt dus niet altijd even goed (zie: paddotrip), maar de intentie is er wel! Hulde aan je lijf, aan wie je bent en jullie unieke en onvervangbare band.

En nu dan toch een inspirational quote om dit stuk mee af te sluiten. Niet van Instagram, gewoon van Google. Het gaat over de werkzame stof van DMT (lekker relevant ook), en waarom je lijf dit stofje loslaat wanneer je het loodje legt. Want, tsja, je lichaam houdt onvoorwaardelijk van je. Een betere partner in crime kan je niet wensen.

“In the lingering moments before you die your body releases DMT. The same drug that makes you dream. The same drug found in every living animal. It’s not an evolutionary trick to make you survive. Your body is choosing to release this drug now because it believes your fate is too grim for you to comprehend. So you dream. You dream that everything will be fine. You dream that nothing happened at all. It’s in this moment that your body sits across from you. It tells you ‘looks like we’re not gonna make it this time.’ You sit around a fire and recollect the past before soon parting ways back to the atomic ether. Your body does this because it loves you. You have never met anyone like your body. Your body has been with you everyday, good and bad. It’s even kept a journal of your life carved in scars. Your eyelashes always wiped the tears from your eyes.” – Anonymous