Vrxuwen uit de kunst #15 Beri Shalmashi

Hoe inclusief is de kunstwereld? Een belangrijk onderwerp waar veel over gezegd kan en moet worden. Wij gaan erover in gesprek met de mensen die hier middenin zitten: van kunstenaars, directeurs en conservatoren tot galeriehouders. Dit keer spreken we met scenarist, regisseur Beri Shalmashi. De roots van Beri liggen in Koerdistan. Ze is publicist bij de Volkskrant en schrijver van het kookboek Taste of Home, een samenwerking met haar zusje. Haar moeder heeft in Iran een vrouwenbeweging opgezet samen met haar vriendinnen, dit is een grote inspiratiebron voor Beri. 18 juni wordt haar interactieve documentaire Big Village gelanceerd, in co-regie met Lyangelo Vasquez. Zij puzzelden het verleden terug bij elkaar, over een tijd waarin Beri als peuter met haar ouders tussen de Koerdische strijders in de bergen woonde. Je gaat als het ware virtueel terug naar die tijd. Hoe zit het met de inclusiviteit in de filmwereld volgens Beri? Je leest het in een nieuwe Vrxuw uit de kunst!

 TTM: Hoe ben je begonnen als filmmaker?

 Beri: Het begon doordat ik als tiener films maakte met vrienden. Dat vond ik zo fantastisch, dat je een wereld verzon en dat tot werkelijkheid kon maken. Ik wilde daar veel meer van leren. Zo ben ik op de Filmacademie beland. Mijn werk kan je als maatschappelijk omschrijven, romantisch en persoonlijk, al vanaf het begin.

TTM: Hoe ervaar je de filmwereld als filmmaker en scenarioschrijver?

B: Ik ben nu Hollywood aan het kijken op Netflix. Dat gaat over hoe het er vroeger in Hollywood aan toe ging. Hoe je kleur, gender en geaardheid meetelden in de kansen die je kreeg. Ik herken daar veel in. Ik merk dat er steeds meer engagement is onder collega’s en in de hele sector. Ook merk ik dat het effect van activisme sneller aankomt in de filmwereld. Mensen zijn bewuster, in alle lagen in de industrie. Bijvoorbeeld bij de fondsen, de festivals, omroepen, iedereen is bewust dat je de samenleving moet representeren, in zijn geheel. Er zijn nog steeds minder vrouwelijke makers ten opzichte van mannen. Wel komt er meer balans in wie de verhalen mogen vertellen en wie zich in deze verhalen herkennen. Dit is niet altijd vanzelfsprekend geweest.

TTM: Herken jij als filmmaker gelijk een vrouwelijke filmmaker?

B: Veel vrouwelijke makers hebben ongemerkt toch behoorlijk een male-gaze. Omdat je werkt met conventies, ingebakken verwachtingen van jezelf en het publiek, de beeldtaal waar we aan gewend zijn. Het is niet genoeg dat de onderwerpen soms anders zijn, het gaat ook om bijna een cultureel gestandaardiseerde manier van kijken. Je moet als maker heel actief blijven denken hoe je daar zelf niet onbewust aan bijdraagt. Soms heb je het niet door. Het zit in de manier van filmen. In de shots, hoe mensen worden aangekleed, of de verbeelding van romantiek in een scène. Dit heb ik ook een beetje onderzocht door vrouwelijke filmmakers te interviewen voor De Filmkrant. Ik denk dat de vrouwelijke blik andere nuances aanbrengt. Je moet bij het maken van een film ook uitkijken dat je niet terug glipt in wat je onbewust meeneemt uit alle films die je hebt gezien.

 TTM: Wie zijn jouw inspiratiebronnen?

Een persoonlijke inspiratie is mijn moeder en haar vriendinnen. Zij hebben in Iran een vrouwenbeweging opgezet, en zich bij de strijd tegen de Ayatollahs gevoegd. In Shouted from the Rooftops en Big Village bijvoorbeeld draai ik de traditionele genderrollen om; de vrouw gaat naar het front, wat bij ons heel gewoon is, maar in films nog bijzonder. Inspiratie van een vrouwelijke filmmaker is Sofia Coppola al vanaf toen ik net begon, maar ook het werk van Mijke de Jong vind ik te gek. Sofia Coppola, omdat ze precies doet wat ik zelf ook wil doen. De toon in haar werk is niet te bombastisch, maar spreekt wel een groter publiek aan. Daar hoop ik zelf ook naar toe te groeien.

TTM: Komt er meer balans in de filmwereld?

B: Ja, ik denk het wel dat er al veel veranderd is. Het is nu zelfs hip in de industrie om te werken met vrouwen, vooral van kleur. Vrouwen voelen zich over het algemeen comfortabeler in de filmwereld, ook nu die een beetje is opgeschoond door bijvoorbeeld de #metoo-beweging. Toen ik begon met films maken met vrienden, schreef ik de scenario’s en hield mij bezig met de productie. Ik was dan soms de enige vrouw op de set, naast de knappe actrices. Het voelde toen nog niet mijn domein, en ik had weinig vrouwelijke voorbeelden.

TTM: Is er groot verschil tussen mannen en vrouwen?

B: Dat heeft meer te maken met karakter. We gaan door een innerlijke feministische revolutie. Het gaat meer over de energie van een persoon, ongeacht gender-identiteit. Ze zeggen dat het heel goed is als je editor vrouw is. Doordat vrouwen meer geduld en een empathische blik hebben.

TTM: Nu ben je een succesvolle filmmaker, wat is het omslag punt geweest?

B: Naast het studeren werkte ik veel mee aan buitenschoolse projecten. Ik merkte dat mijn scenario’s vaak niet werkten zoals ik dat wilde, misschien ook omdat niemand keek vanuit mijn perspectief. Het eerste jaar op de Filmacademie leer je van alle richtingen wat. Toen werd ik wat zekerder over regisseren, ik dacht altijd dat het heel technisch was en was geïntimideerd door alle jongens die met zware spullen sjouwden. Maar toen ik op mijn negentiende leerde dat het bij regie echt om de inhoud gaat en niet per se ook alle techniek, dacht ik: als die jongens het kunnen, kan ik het ook. Toen ben ik mijn eigen scripts gaan regisseren. Dat voelde heel natuurlijk. Ik krijg veel energie van op de set staan. Er kwam ook een plek vrij in de regieklas, daar had ik veel geluk mee.

TTM: Vind jij de filmwereld inclusief?

B: Nee, ik denk doordat de samenleving dat ook niet is. Ik geloof wel dat veel mensen nu hun best doen om de filmwereld inclusiever te maken. Veel organisaties werken hieraan, de opleidingen, omroepen, de fondsen. Sommigen falen hier ongelooflijk in, omdat ze vastzitten in hun eigen bevooroordeelde blik. Dat soort gatekeepers zijn nog lang niet weg uit de film- en televisiewereld en saboteren soms ook je kansen. Zo iemand zal mij nooit voor gelijkwaardige aanzien en het dan moeilijk vinden om plek te maken voor mensen met een andere blik dan die van hem.

TTM: Verschilt dat ook per land?

B: In Nederland lopen we zelfs een beetje achter. Onze filmwereld is kleiner dan bijvoorbeeld die in Frankrijk of Duitsland. In Nederland kijken we veel naar wat de trends zijn in Amerika. Het komt hier net wat later aan. Ik heb veel contact met collega’s in Duitsland bijvoorbeeld. Die maken een veel snellere ontwikkeling door. Maar ook hier heeft de  nieuwe generatie filmmakers een minder negatieve bagage als mijn generatie. Zij zijn begonnen met en veel inclusievere wereld. Ik ben blij met deze jonge makers. Alles is veel meer van zelfsprekend.

TTM: Hoe denk je dat de filmwereld zich gaat aanpassen de komende jaren?

B: Ik ben hoopvol dat er veel gaat veranderen en er meer balans komt. Waar ik erg verdrietig over ben, is dat toch te veel mensen onbewust denken dat een mannelijke regisseur beter is. Nu er actief gewerkt wordt aan evenwicht, niet alleen man-vrouw, maar met plek voor iedereen die zich anders identificeert dan de gezonde, witte, cis, heteroman, zal dat uiteindelijk veranderen. Het is leuk om zelf ook actief te zoeken naar andere inspiratiebronnen. Je hebt op Instagram de hashtag #femalefilmmakerfriday. Dat is leuk om op te klikken. Zo ontdek je nieuw werk van veel van collega’s over de hele wereld. Ik heb zelf een boekenclub waar we boeken lezen van iedereen behalve witte heteromannen, die worden al genoeg gelezen.’ Zo ontloop je ook de normatieve gaze en voed je je beeldvorming met andere verhalen.

Wil je meer zien van Beri? Bekijk hier haar Instagram!