Vrxwen uit de kunst #16: Heske ten Cate

Hoe inclusief is de kunstwereld? Een belangrijk onderwerp waar veel over gezegd kan en moet worden. Wij gaan erover in gesprek met de mensen die hier middenin zitten: van kunstenaars, directeurs en conservatoren tot galeriehouders. Dit keer spreken we met artistiek directeur bij Nest en co-host van de podcast Naakt op een Kleedje, Heske ten Cate. Heske werkt als artistiek directeur/curator bij NEST. Ze is opgeleid als beeldende kunstenaar, met een diploma als docent.

The TittyMag: Kan je vertellen wat je doet?
 Heske Ten Cate: Sinds 2017 ben ik artistiek directeur van Nest, een kunstruimte voor hedendaagse kunst in Den Haag. Naast dat ik de artistieke koers uitzet cureer ik meerdere tentoonstellingen per jaar. Het begrip cureren heeft de afgelopen jaren een vlucht genomen. Tegenwoordig heeft Levi jeans een ‘gecureerde broekenlijn’, reppen media guru’s over ‘curated content’ en heeft het hedendaagse begrip veel weg van ‘voor jou speciaal geselecteerde items of verhalen’. Maar meer dan ‘cherry picken’ uit al het relevants dat de kunstwereld te bieden heeft, ervaar ik waarde bij de essentiële betekenis van het woord ‘curatorschap’, afkomstig uit het Latijn: curare: to take care of. Ik zie ik mijn werk als cultiveren en zorg dragen voor verhalen en ideeën van kunstenaars en (nog te maken) geschiedenis. Een goede curator, in mijn ogen, zoekt wat zich achter de waan van de dag en het politiek discours afspeelt. Herstelt misschien indien nodig de status quo. Op het gebied van diversiteit en feminisme kunnen curatoren een sleutelrol spelen in het ontsluiten van verhalen die weinig opgepakt worden door grotere machten. Ik denk juist door deze oude opvatting van het beroep dat er nog veel vernieuwing mogelijk is binnen wat een curator kan betekenen voor het culturele veld.
Met Nest probeer ik, samen met vele anderen, maatschappelijke kijkrichtingen te tonen die een boeiende reflectie geven op de tijdgeest en vraagtekens plaatsen bij heersende conventies. Plekken als Nest, maar ook bijvoorbeeld nachtclubs en debatcentra, fungeren in de samenleving als ruimten voor tolerantie, (zelf)experiment en verbondenheid. In het huidige sociaal-politieke klimaat, waarin zulke safe spaces steeds vaker onder druk staan wil ik het belang en de potentie benadrukken van deze ruimtes voor vrijheid, openlijke twijfel en activisme. Het zijn namelijk deze plekken waar de contouren worden opgetekend voor nieuwe manifesten, parades, klimaatmarsen en prides.”

TTM: Hoe ervaar je de kunstwereld als artistiek directeur en curator?

HTC: Kunst is onderdeel van de wereld. Ik probeer het niet als een opzichzelfstaande wereld te zien, maar als belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Door kunst te isoleren van de dagelijkse besognes zetten we er al snel een muur omheen of plaatsen we het buiten ons, terwijl ik denk dat zaken als fantasie, speculatieve werkelijkheden en kritische reflectie kernwaarden zijn die we dagelijks kunnen implementeren in veel facetten van leven en besluitvorming. Anders doet het me denken aan mijn tekenles van vroeger: dat was het enige vak op de middelbare school waarvoor je geen cijfer kreeg en we ‘vooral plezier’ moesten hebben, maar daardoor telde het niet echt mee.

TTM: Hoe ervaar je de kunstwereld als artistiek directeur en curator?

HTC: Kunst is onderdeel van de wereld. Ik probeer het niet als een opzichzelfstaande wereld te zien, maar als belangrijk onderdeel van het dagelijks leven. Door kunst te isoleren van de dagelijkse besognes zetten we er al snel een muur omheen of plaatsen we het buiten ons, terwijl ik denk dat zaken als fantasie, speculatieve werkelijkheden en kritische reflectie kernwaarden zijn die we dagelijks kunnen implementeren in veel facetten van leven en besluitvorming. Anders doet het me denken aan mijn tekenles van vroeger: dat was het enige vak op de middelbare school waarvoor je geen cijfer kreeg en we ‘vooral plezier’ moesten hebben, maar daardoor telde het niet echt mee. Veel makers van nu zien ook dat er een hele lange tijd vanuit een perspectief is gedacht. Daar komt nu verandering in. Hier ben ik hoopvol over . Je ziet dat veel nieuwe organisaties werken aan een meerstemmige wereld, waar verschillen naast elkaar mogen bestaan en hokjes zullen oplossen. Ik  vind het mooi om te zien dat al vele kunstinstellingen bepaalde patronen proberen te doorbreken die lange tijd het idee van wat kunst is domineerden (en wie dat bepaalden). Bij Nest hebben we geen vaste collectie. Hierdoor hebben we dus ook niet een artistiek kader dat wordt bepaald door een verzameling museumstukken. Dat geeft vrijheid. Maar als je mij vraagt naar collecties, zie ik musea over de hele wereld een inhaalslag maken met meer aandacht voor de vertegenwoordiging van vrxuwen en mensen van kleur, en dat is ontzettend hard nodig. Mama Cash heeft belangrijke onderzoeken gedaan naar de huidige status quo, die raad ik aan te lezen, al zijn niet alle instellingen hierin meegenomen. Dit soort onderzoeken worden door de sector en instellingen gelezen, ik hoop dat instellingen op hun beurt hier gehoor aan geven.

TTM: Wie zijn jouw inspiratiebronnen?

HTC: In elke fase van mijn leven heb ik veel en verschillende rolmodellen. Dat zijn bijna altijd vrxuwen, misschien omdat ik mij hier makkelijker mee identificeer, en hun strijd en aderlatingen beter begrijp. Op het moment, maar dat kan ook komen door de weken in zelfisolatie, denk ik veel aan ouder worden en hoe ik dat graag zou willen. Ik voel waardering en liefde voor vrouwen die op leeftijd zijn. Oudere vrouwen hebben al zoveel fases van verzet en transgressie meegemaakt; deze vrouwen dragen een geschiedenis met zich mee. Wat mij inspireert is dat zij toch verder zijn gegaan en nooit de hoop hebben opgegeven. Susanne Duijvenstein vertelde in Naakt op een Kleedje ; de podcast die ik samen met Yuki Kho maak voor de VPRO over vrxuwen in de kunst, over de 93 jarige kunstenaar Lucita Hurtado. Hurtado kreeg twee jaar geleden haar eerste grote solo in Serpentine Londen. Ze schilderde al haar hele leven, maar in de schaduw van haar beroemde man. Op de vraag waar ze zich nu, op haar 93e, voor interesseert antwoordt ze: “het schilderen van geboortes.” Terwijl de maatschappelijke aanname wellicht zou zijn dat ze hoogstwaarschijnlijk bezig is met de/haar dood. Ouderdm wordt gezien als kwetsbaar, als risicogroep, als probleem. Kunstenaars krijgen vaak aan het einde van hun leven/carrière retrospectieven in musea. Hoe boeiend dit ook is om te zien, ik ben met name geïnteresseerd in wat ze nu creëren op die hoge leeftijd. Ook heb ik me dit jaar diep laten raken door Louise Bourgeouis. Museum Voorlinden toonde een paar maanden geleden een mooi (ja ook weer) retrospectief waarin 6 schilderijen waren opgenomen die ze op 98 jarige leeftijd, vlak voor haar overlijden maakte. Met bibberig handschrift stond er op de schilderijen geschreven: I give everything away / I distance myself from myself / from what I love most / I leave my home / I leave the nest / I am parking my bags. Dit werk staat voor mij symbool voor een reis waar nieuwsgierigheid en moed vanuit gaat, geen angst en hulpeloosheid. Het zijn strijders die hun openlijk lijden, uitgesproken activisme, maar ook hun vrouw-zijn niet altijd gewaardeerd zagen, op z’n zachts gezegd.

TTM: Hoe denk je dat de kunstwereld zich gaat aanpassen de komende jaren?

HTC: Deze vraag had ik in de weken voor Covid-19 anders beantwoord. Ik beschouw de kunstwereld  graag als onderdeel van de hele wereld. Door isolement zijn veel mensen waarden gaan herwaarderen. Zo is er meer aandacht voor onzichtbare beroepen en stille krachten in de samenleving; zoals zorgverleners, leraren en bevoorradingspersoneel. Ik hoop dat de waardering voor deze onzichtbare harde werkers blijft, ook als de wereld straks weer open gaat. Dat de radicale empathie die we nu ervaren, zonder afleiding en zonder fysieke aanwezigheid van elkaar, dat die aanhoudt.  Dat we door het bestrijden van de gezamenlijke vijand die Corona heet, we hebben kunnen ervaren dat saamhorigheid de goede weg vooruit is. Ik wil niet klinken als een hippie die deze crisis aanwendt voor haar eigen idealen, ik wil ook mijn ogen niet sluiten voor de enge tendensen die zich gelijktijdig aan deze saamhorigheid voltrekken: mensen die in korte tijd extreem rijk worden van deze crisis, dictators die hun slag slaan en mensen die hun kans schoon zien racisme te preken. Daarnaast is er geen vrouw te bekennen in de hoogste adviesorganen en crisis overleggen in Nederland. En wordt er maar weer eens een ouderwets beeld van ‘wie de macht heeft’ bevestigd. Moedeloos bij de pakken neer gaan zitten is alleen geen optie. De keuze voor radicale empathie is dus geen naïeve, maar in mijn optiek een noodzakelijke.