Juist die momenten van onzekerheid geven ruimte om te groeien..

Vanuit een hoek in de ruimte sta ik centraal in de groep. Een groep schrijvers in spé die zich tijdens deze workshop buitengewoon moedig toont. Bij elke mogelijkheid van exposure schieten gretige handen de lucht in, handen die vijf minuten eerder nog een bic vasthielden om het toen volgende neer te pennen. En dat volgende bleken mooie dingen. Soms vergezeld met een verontschuldiging voor de ongepolijste staat van het werk, of met een kleine uitleg of inleiding die investering toont en vraagt om begrip. En soms, toch ook, met een kleine trilling in de stem die door schittert in het schriftje waaruit wordt voorgedragen.

Maar verdomme ze doen het wel. Weinig zekere zaken dan dat je je van tijd tot tijd ergens onzeker over zal voelen. Wat voelt het dan fijn om je te verstoppen en je hand ingetrokken te houden. Totdat je merkt dat die onzekerheid aanhoudt. Juist die momenten van onzekerheid geven ruimte om te groeien en juist dan krijg je de unieke kans om jezelf het tegendeel te bewijzen. Met of zonder een huiverende stem; pak je moment en stap over die onzekerheid heen. Want glitters zie je toch niet als je stilstaat, dan kan je maar beter trillen. Dus steek ik mijn hand op. <

“Dear Concrete”

There are no preambles to my leaps.

Rather, I indulge in the deep dive down,

The jerk behind my navel even when

Vertigo’s haze engulfs me. No.

I / do / not / care.

Shamelessly do I scream I sing I yelp that

I am coming for yóu, concrete.

Not that I yearn or pine for a

Broken spine or expect that this

Steep decline will always end well.

I am relative to the gray square.

I fall to the baseline

And hope to collide.