De dag dat ik een geit had leerde ik dat ik rot ben vanbinnen

Ik was laatst in een dagdroom verzonken toen ik op een weggestopte herinnering stuitte waarvan ik op het eerste gezicht alleen maar kon denken dat ik ‘m had gedroomd. Het is niet gek dat ik dat dacht, want het is een belachelijke herinnering en ik kan met geen mogelijkheid een logische verklaring geven voor waarom deze gebeurtenis ooit heeft plaatsgevonden. Maar ik zal toch proberen het uit te leggen.

Toen ik een jaar of tien was had ik twee beste vriendinnen, laten we ze vriendin A en B noemen. En ik zal er maar niet omheen draaien: op een dag hadden we besloten dat we alledrie een geit wilden hebben.

Waar deze plotselinge, hartstochtelijke wens vandaan kwam – want zodra we hadden bedacht dat dit heel leuk zou zijn kwamen we niet meer van het idee af – al sla je me dood. Misschien dat we een leuk geitenfilmpje hadden gezien, of misschien was een plaatje van een geit in een boek al genoeg geweest – ik weet het niet. Echt niet. Maar wat ik wel weet is dat we van de een op de andere dag alledrie geobsedeerd waren met het hebben van een geit.

Nu wist ik dat ik mijn ouders – die normaal zijn – in geen ziljoen jaar zo gek zou krijgen om een geit voor me te kopen. Ik heb het niet eens geprobeerd. En terecht. Waarschijnlijk was ik me er ook op dat moment dondersgoed van bewust hoe ridicuul het zou klinken als ik thuis zou vragen of ik wellicht ergens een geit mocht ophalen. Vriendin A en B daarentegen hebben zonder blikken of blozen thuis om een geit gevraagd. De details staan me vaag bij, maar op de een of andere manier stemden hun ouders ermee in. Mits we alles zelf zouden regelen. En zo lag er al snel het plan dat vriendin A en B beiden een eigen geit zouden krijgen, en ik mocht dan met die geiten wandelen. Iets wat ik al helemaal voor me zag, aan een touwtje.

Nu kan het zijn geweest dat de ouders van deze beide vriendinnen een tactiek dachten te hanteren waarbij ze vermoedden dat wij na een week die geitenwens wel weer vergeten waren. Maar onze obsessie werd flink onderschat. Binnen een week hadden wij geiten op Marktplaats gevonden en was er een boerderij in de buurt van het dorp geregeld waar de geiten tegen een zacht prijsje konden staan.

En zo, op een mooie lentedag, zouden vriendin A en B twee jonge geiten ophalen ergens in het zuiden van het land. Ik ging niet mee, maar leerde later die dag wel voor het eerst dat ik eigenlijk van binnen een heel naar mens ben.

Zodra de geiten op hun nieuwe woonplek waren afgeleverd en vriendin A en B zich weer bij mij meldden, bleek dat het allemaal niet zo was gegaan zoals we hadden gehoopt. Niet alleen waren de geiten doodsbang voor mensen, en hadden ze helemaal geen zin om gezellig met ze te wandelen aan een touwtje, ook was de initieel voor vriendin B bedoelde geit zo in paniek geraakt toen ze ‘m mee wilden nemen dat ie zichzelf had verstikt in een touw. Nu ben ik een enorme dierenvriend, maar de enige informatie die ik op dat moment klaarblijkelijk écht belangrijk vond was of ze nu dan wel een andere geit had meegenomen. (Een kleine aanwijzing dat het me blijkbaar meer ging om het hebben van die geit dan om de geit zelf.)

Nou, goed, dat had ze gedaan, en dus stonden er nu ’ergens op een boerderij’ twee doodsbange geiten die het trotse bezit waren van vriendin A en vriendin B. En ik was enorm hyped om voor peettante te spelen. Onze eindeloze wandelingetjes met de geiten konden beginnen.

We zijn die week nog één keer langs geweest en daarna hebben we nooit meer over de geiten gesproken.

Dus ja, toen ik een jaar of tien was was ik kortstondig mede-eigenaar van een geit, en ben ik ook meteen gestuit op een aantal van mijn minst favoriete karaktereigenschappen die nu nog door echoën in mijn volwassen bestaan:

⁃ obsessief denken;

⁃ impulsiviteit;

⁃ luiheid. Ik wilde immers een geit, maar er niets van het werk voor doen;

⁃ egoïsme;

⁃ een gebrek aan doorzettingsvermogen en concentratie.

Mochten de ouders van vriendin A en B toentertijd inderdaad de hoop hebben gekoesterd dat wij die geitenwens na een week vergeten zouden zijn, dan hadden ze in zekere zin dus gelijk. Alleen kwam dat gelijk net iets te laat. Na de moord op een geit en het achterlaten van twee anderen, welteverstaan.

Ik zou graag willen zeggen dat ik iets geleerd heb van deze gebeurtenis. Dat ik minder impulsief ben, beter nadenk voor ik ergens te overenthousiast van raak, dat ik nu meer begaan ben met anderen dan met mezelf.

Maar de waarheid is dat ik deze gebeurtenis zo ver in mijn eigen hoofd had begraven dat ik er nu voor het eerst in jaren pas weer aan denk. Misschien dat ik op zijn hoogst mijn eigen verantwoordelijkheidsgevoel kan inschatten, en er daardoor vaker voor kies bepaalde dingen toch niet te doen.

Maar ja, misschien ook niet. Weet ik veel.