Creatievelingen, wij kunnen veel beter

Impact > Intentie

Hey ontwerpers, kunstenaars, illustratoren, alle makers in het algemeen: onze creaties kunnen een negatieve impact hebben op de wereld. I know, big shocker. Nee, maar even serieus. Als sociaal en eco-ontwerper, met een belangstelling voor intersectionaliteit en ethiek, kan ik me behoorlijk zorgen maken om het gebrek aan reflectie/evaluatie om me heen. Met name om de mogelijke korte en lange termijn gevolgen van onze creaties. Als creatieveling heb je namelijk behoorlijk wat macht. Je bepaalt immers hoe onze cultuur en omgeving er uit komen te zien. En helaas, ongeacht je goede intenties, kunnen de resultaten van je werk behoorlijk wat nare gevolgen hebben. Bijvoorbeeld voor bepaalde (kwetsbare) bevolkingsgroepen of de natuur en haar bewoners.

Een goed voorbeeld is de expositie “Destroy My Face” van kunstenaar Erik Kessels, die vorige week de interwebs op stelten zette. In samenwerking met Pier15 en BredaPhoto bestickerde hij 60 portretten van door-algoritmes-in-elkaar-geflanste vrouwen en mannen (die we in de communicatie jammer genoeg nergens terugzien) op de vloer van Pier15’s skatebaan. Goed om te weten: de gezichten hebben allemaal enige vorm van plastische chirurgie of fillers gehad; en de bedoeling is dat skaters eroverheen razen totdat de portretten, langzaam maar zeker, vernield raken. De moraal van het verhaal? Dat we meer met elkaar in dialoog moeten over zelfacceptatie, aangezien plastische chirurgie een onwerkelijk beeld van de realiteit schetst.

Niet lang daarna brak de hel los in de commentsecties, zoals we dat in 2020 gewend zijn. Alhoewel Kessels al het recht had om zijn authenticiteit als kunstenaar uit te drukken, wordt de ophef over zijn werk (en al helemaal de manier waarop het is gecommuniceerd) een stuk duidelijker wanneer je hier een intersectionele analyse op toepast. Pas dan kun je zien dat dit concept compleet zijn doel voorbij schiet, door het probleem voor de kwetsbare groep te verergeren in plaats van te verbeteren.
Het werk van Kessels mag dan een vrij voorspelbaar exemplaar zijn wanneer we gaan lullen over ethiek en intersectionaliteit. Maar mijn wens is dan ook om álle creatievelingen uit te uitnodigen om meer bewustzijn rondom hun werk in de praktijk te brengen. We leven in een tijd waarin transitie noodzakelijk is en waarbij we dus beter moeten gaan letten op onze acties, willen we vooruitgang boeken en het systeem waar wij onderdeel van uitmaken vervangen voor één die goed is voor mens, dier en planeet.

Hier zijn een aantal vragen die een creatieveling aan zichzelf kan stellen om dit op gang te brengen:

  1. Wie ben je en vanuit welk referentiekader creëer je?
    Jij ziet de wereld op jouw eigen manier en jouw creaties zijn daar een reflectie van. Jouw interpretatie zal altijd maar een fractie van de complete werkelijkheid zijn. En die nauwe interpretatie kan misschien de complexiteit en gevoeligheid van het thema dat je probeert te aan te kaarten niet helemaal rechtvaardigen.

  2. Wie zijn er betrokken bij jouw creatie?
    Gebruik je een afbeelding van een hoofdtooi? Dan zijn Native Americans bij jouw creatie betrokken. Dit is een simpel voorbeeld, maar sommigen zijn minder voor de hand liggend. Denk na over het traject waar je creatie in belandt. Wie zouden er op de korte en lange termijn mee te maken kunnen krijgen?

  3. Wat voor privileges heb jij t.o.v. de betrokkenen?
    Intersectionaliteit draait allemaal om de positie die bepaalde facetten van jouw identiteit hebben, ten opzichte van macht en de daarbij behorende privileges. Het is erg noodzakelijk om hier rekening mee te houden, omdat de betrokkenen tot een kwetsbare groep kunnen behoren. Het kan zelfs zo zijn dat het niet aan jou is om de uitgekozen thema te representeren of er gebruik van te maken.

  4. Snap je het thema wel goed genoeg, ook vanuit het perspectief van de betrokkenen?
Doe oprecht goed onderzoek. I can’t stress this enough. Wat is de geschiedenis? Gebruik je een symbool uit een bepaalde cultuur en weet je wel zeker dat dat aanvaard zou worden? Als je een probleem wil aankaarten, zorg er dan voor dat je het probleem vanuit verschillende invalshoeken begrijpt. Probeer het perspectief van de betrokkenen uit te stippelen, om vervolgens verbanden te leggen. Waar ligt de kern van het probleem (en wie of wat is daar verantwoordelijk voor)? Ga de diepte in, zoals in het ijsberg model hieronder.
  1. Wie zullen er van jouw creatie profiteren en wie raken erdoor benadeeld?
Let erop dat je een kwetsbare groep niet nog kwetsbaarder maakt, oftewel disempowered. Een goed voorbeeld hiervan is voluntourism: prima intenties (“laten we les geven aan weeskinderen in Derde Wereldlanden”), geeft je een lekker gevoel en is goed voor je karma. Helaas heeft het vaak een zeer negatieve impact (kinderen traumatiseren, gezinsstructuren vernielen, lokale culturen en economieën beïnvloeden). Uiteindelijk profiteert de dominante groep ervan en wordt de kwetsbare groep erdoor benadeeld. Daarom is het hebben van theoretische voorkennis belangrijk tijdens het incalculeren van de langetermijngevolgen van je creatie. Wanneer je dit niet doet, kun je problemen erger maken of zelfs nieuwe creëren.

  1. Let je op het klimaat en BIPOC-groepen?
Ter aanvulling op punt 5: in het westen hebben we de enorme behoefte om onszelf constant uit te drukken met behulp van verschillende vormen van media en materialen. Echter zijn er veel kwetsbare BIPOC-groepen die nu met de gevolgen van onze acties moeten omgaan. De planeet staat in de fik en dat heeft vooral te maken met de belachelijke schaal waarop eerste wereldlanden produceren en consumeren. Dus, leuk dat je iets gaat maken, maar misschien hoef je daar niet tassen vol met fast fashion voor aan te schaffen? Of een bak vol met glitter, die rechtstreeks de oceaan in spoelt? Kan je je boodschap op een verantwoordelijke manier overbrengen? Als intersectioneel feminist is het wel zo verantwoordelijk om ook rekening te houden met de gevolgen voor kwetsbare groepen buiten je directe leefomgeving.
Wanneer je alles bij elkaar optelt is de boodschap helder: Erik Kessels kon veel beter. Als witte man zijnde had hij kunnen letten op hoe hij, zonder kwade intenties, misbruik maakte van zijn positie en privileges. Namelijk door een kwetsbare groep nóg kwetsbaarder te maken. Plastische chirurgie is het resultaat van onrealistische schoonheidsidealen, afkomstig van het patriarchale systeem. Om mensen, vooral vrouwen, daarvoor te shamen is wellicht niet de juiste invalshoek voor het starten van een dialoog. Bovendien kan de visuele communicatie aansporen tot meer misogynie en gewelddadig gedrag, iets waar vrouwen in deze maatschappij al op hun hoede voor zijn. Dat betekent niet dat we het er niet over kunnen hebben, maar de manier waarop had veel vruchtbaarder kunnen zijn geweest. Niet alleen voor Kessel’s boodschap en zijn achterliggende intentie, maar ook voor de groepen die hij erbij heeft betrokken.
Al met al hoop ik dat wij creatievelingen kunnen genieten van het werk dat we doen, zonder dat een kwetsbare persoon of groep er de dupe van wordt. Laten we tijdens en voorbij 2020 daar naar streven.