Kunstverhalen #7: Angel-Rose Oedit Doebé

Moest je huilen, lachen of raakte je er compleet van in de war? Wat was jouw gevoel bij dat ene kunstwerk dat maar in je hoofd bleef hangen?

Een kunstwerk kan veel met je doen. Het laat je soms opnieuw kijken naar een onderwerp, de geschiedenis of zelfs de toekomst. Kunst heeft altijd een grote rol gespeeld in de samenleving.
We kunnen door middel van kunst anders kijken naar onze omgeving en situatie. Het is een mooie manier om emoties te verwerken, nieuwe inzichten te krijgen of iemand uit te dagen om anders te denken. Daarom vragen wij naar het favoriete werk van krachtige voorlopers en opvallende spraakmakers. De komende weken introduceren we het TittyMag-team. Deze keer spreken we met onze columnist en kunstenaar Angel-Rose.

Wat doet kunst met jou?

“Als toeschouwer laat kunst mij nadenken over het leven, de wereld en de maatschappij. Maar soms zorgt een kunstwerk er juist voor dat ik even niet na hoef te denken. Alhoewel ik het interessanter vind als het me wel aan het denken zet. Zelfs als ik een werk niks vind, wil ik weten waarom dat zo is. Ik wil dat kunst mij verrast en laat denken: ‘Oh, zo heb ik het nog nooit eerder bekeken’. Kunst moet mij kunnen raken.”

Waarom maak je zelf kunst?

“Kunst is voor mij een medium om een plek te claimen in deze maatschappij. Het is mijn uitlaatklep. Ik vind het bevrijdend om kunst te kunnen maken. Het kan een ontsnapping zijn, maar ook veel emoties opwekken. Het kan me frustreren, woedend maken, gepassioneerd laten voelen, opluchten of teleurstellen.

Ik vind kunst maken daarnaast heel intimiderend, zowel naar mezelf als naar anderen toe. Je kiest ervoor om een fragiele laag van jezelf open te stellen aan de buitenwereld. Dat kan heel confronterend zijn. Het is zo’n groot onderdeel van jouw persoon.”

Kun je je eerste ervaring met kunst nog herinneren?

“Ik denk dat er in mijn leven drie ervaringen met kunst zijn geweest die definiëren wie ik nu ben. Als tiener dacht ik altijd van mezelf dat ik helemaal niet creatief of kunstzinnig was. Maar als ik achteraf terugkijk, weet ik wel welke momenten ervoor hebben gezorgd dat ik op de kunstacademie ben geëindigd.

De eerste ervaring was toen ik op de basisschool in groep 3 zat. We gingen gezamenlijk naar het Van Gogh Museum; en toen we voor ‘De aardappeleters’ stonden, vroeg ik me af waarom ze eigenlijk aardappels aten met een lepel. Op jonge leeftijd was ik dus al kritisch aan het kijken naar kunst.
Een ander voorbeeld is dat ik als kind Nijntje uit mijn boeken knipte. Ik denk dat toen de basis van mijn huidige collagewerk is gevormd.
Het laatste punt is mijn liefde voor Lady Gaga. Ik ben al erg lang fan van haar en haar kunst is heel avant garde. Haar werk is een grote basis voor mij geweest om te ontdekken dat kunst niet alleen een standaardvorm is, zoals schilderen en tekenen.”

Wat is jouw favoriete kunstwerk?

“Mijn favoriete kunstwerk is de videoclip van Lady Gaga en Beyonce voor het nummer Telephone. De video is eigenlijk pure camp. Van het kleurgebruik en de kleding tot de referenties. Ik vind het een epifanie van pop-art in de 21e eeuw. In de tijd dat de videoclip online kwam, reageerde het publiek dan ook erg gechoqueerd. Ze vonden het heel extreem.
Maar deze video liet mij opnieuw inzien dat een kunstwerk niet altijd een schilderij hoeft te zijn. Het kan ook een videoclip van twee popiconen zijn.”

Welk gevoel wil jij met je eigen werk opwekken bij mensen?

“Ik wil een opening maken voor gesprekken over bepaalde problematiek binnen de hedendaagse maatschappij. Of dat nou een gesprek is tussen mij en de toeschouwer of tussen toeschouwers zelf. Ik wil dat er meer conversaties komen.
Ik wil dus dat mijn werk aandacht trekt en mensen wakker schudt. Maar ook dat het ‘comforting’ kan zijn voor voornamelijk gemarginaliseerde groepen. Ik wil werk voor hen maken, waardoor ze zich niet alleen voelen.

In een ideale wereld zou ik natuurlijk willen dat mijn werk logisch was voor iedereen. Dat iedereen het met mij eens was en de problematiek die ik aankaartte erkende. Maar dat gebeurt natuurlijk niet. Daarom heb ik liever dat iemand die het niet met mij eens is erover in gesprek gaat. Zo kunnen we samen veel bereiken.”