Mijn gesprek met," de iron lady van Syrie", Sigrid Kaag

Ze is een van Nederlands bekendste powervrouwen, speciaal coördinator voor de VN in Libanon en wordt genoemd als een van de mogelijke kandidaten om Ban Ki Moon op te volgen. Sigrid Kaag kwam vol in de spotlight te staan toen ze de loodzware taak kreeg alle chemische wapens weg te krijgen uit Syrië. In die hoedanigheid verwierf ze bij de taxichauffeurs van the land de naam ‘the Iron Lady’.

Ze is een van Nederlands bekendste powervrouwen, speciaal coördinator voor de VN in Libanon en wordt genoemd als een van de mogelijke kandidaten om Ban Ki Moon op te volgen. Sigrid Kaag kwam vol in de spotlight te staan toen ze de loodzware taak kreeg alle chemische wapens weg te krijgen uit Syrië. In die hoedanigheid verwierf ze bij de taxichauffeurs van the land de naam ‘the Iron Lady’: ‘Omdat ik ze strenge instructies over de routes geef terwijl ze me van hot naar her rijden’ en omschrijven de ambtenaren onder Assad het onderhandelen met Kaag als onderhandelen met een vrouw ‘die manser is dan alle mannen die ze kennen’. Een vrouw met een status dus, maar zelfs dan is haar vrouw zijn een hot topic en wordt haar handelswijze met die van een man vergeleken. The Tittymag voelde haar hierover aan de tand.

The TittymagU bekleed een leidinggevende rol in het Midden-Oosten, een gebied dat bekend staat om het feit dat vrouwen nog geen gelijke rechten kennen. Hoe moeilijk maakt dat uw werk?
Sigrid Kaag: Ik heb nooit problemen ervaren, maar dat komt denk ik ook door mijn kennis en ervaring. Ik spreek de taal, woon al lang in deze regio en ik ben goed op de hoogte van de omgangsvormen. Daar komt bij dat, anders dan men misschien zou denken, vrouwen in een leidinggevende rol in deze regio juist worden gerespecteerd. Ook in Syrië heb ik dat heel erg zo ervaren. Chauffeurs en ambtenaren proberen juist aan te geven met bepaalde uitspraken, dat we als gelijken onderhandelden en ik niet aan hen onderdeed. 

TTMU bekleed een leidinggevende rol in het Midden-Oosten, een gebied dat bekend staat om het feit dat vrouwen nog geen gelijke rechten kennen. Hoe moeilijk maakt dat uw werk?
SK: Ik heb nooit problemen ervaren, maar dat komt denk ik ook door mijn kennis en ervaring. Ik spreek de taal, woon al lang in deze regio en ik ben goed op de hoogte van de omgangsvormen. Daar komt bij dat, anders dan men misschien zou denken, vrouwen in een leidinggevende rol in deze regio juist worden gerespecteerd.Ook in Syrië heb ik dat heel erg zo ervaren. Chauffeurs en ambtenaren proberen juist aan te geven met bepaalde uitspraken, dat we als gelijken onderhandelden en ik niet aan hen onderdeed. 

TTM: Maar u wordt dan wel met een man vergeleken, door uw rol en staat van dienst. ‘Manser dan alle mannen die ze kennen’. Maar u bent een vrouw en een goede leider, die combinatie bestaat ook. Hoe vindt u het dat zo’n vergelijking constant wordt gemaakt?
SK: Ik vind het vooral vermoeiend dat mij voortdurend de vraag wordt gesteld hoe ik deze baan combineer met vrouw en moeder zijn. Mijn man houdt het gezin draaiende als ik van huis ben en daarnaast neem ik mijn kinderen overal mee naar toe. Ik neem ze niet mee naar Syrië natuurlijk, dat is te gevaarlijk, maar mannen in mijn positie krijgen deze vraag niet. De dag, dat deze vraag aan een man wordt gesteld, dan is er pas echt gelijkheid tussen de seksen. En, als je het mij vraagt, zijn vrouwen veel beter in dit werk, want we zijn capabeler dan mannen.

TTM: Waarom vindt u dat?
SK: Vrouwen kunnen veel beter multitasken en al helemaal als je een moeder bent met een carrière, want dan leer je je hoofd koel houden en dat komt van pas in zeer complexe operaties zoals Syrië. Vrouwen benaderen zaken vaak veel pragmatischer en zonder ego. We kijken puur naar het probleem, zonder randzaken te betrekken en met een flinke dosis gezond verstand. Ik heb altijd het gevoel dat dat echt een verschil is tussen de geslachten. Met m’n vrouwelijke collega’s zie je dat er heel erg gefocust wordt op het te behalen resultaat als groep en dat niemand zich druk maakt om haar individuele rol in het proces.
 
TTM: Ben u daar ook op geselecteerd denkt u? Op deze aanpak die u toeschrijft aan de vrouw?
SK: Absoluut, als moeder heb ik geleerd heel efficiënt met mijn tijd om te gaan en dat is precies wat er nodig is bij een operatie zoals die in Syrië. We hebben echt geen tijd om over iets te twijfelen en je moet dan doorpakken. Op dezelfde manier zoals je wordt gedwongen te doen als je en je gezin combineert met een full- time baan. Ik heb natuurlijk ook het geluk gehad, dat mijn positie mij werd gegund door een andere leidinggevende vrouw, Ann Veneman onder wie ik werkte voor UNICEF. Het is heel essentieel, dat vrouwen die een hoge positie bekleden, dit ook andere vrouwen gunnen en ze daarmee helpen.
 
TTM: Hoe past u dat nu toe? Hoe helpt u vrouwen op te klimmen?
SK: Mijn  team in Damascus bestond uit 120 personen, maar 15 daarvan waren vrouw.  Toen ik daar voor het eerst binnen kwam in het kantoor schrok ik hier echt van, want er waren zoveel mannen. Ik besloot vervolgens een wekelijkse ladies meeting op te zetten waarin we niet alleen inhoudelijk het werk behandelden, maar ook elkaar aanmoedigde en motiveerde. Ik zie het echt als mijn taak om jonge vrouwen te motiveren en te laten inzien, dat ze dezelfde kansen  hebben als mannen.  Het kan allemaal naast elkaar bestaan; een gezin en een carrière. Het betekent simpelweg, dat we meer kansen voor vrouwen moeten creëren waar ze de mogelijkheid hebben in en uit stappen zonder daar voor te worden bestraft.

Ik zie op dat vlak zeker ook een rol weggelegd bij de VN, want daar bekleden echt nog te weinig vrouwen een leidinggevende rol in bijvoorbeeld de Security Council. Als de jonge generaties meer vrouwen zien in leiderschapsrollen dan zullen ze ook eerder geneigd zijn te zeggen: ‘Natuurlijk ga ik voor die positie strijden.’<