"Ik wil mezelf zeker niet zien eindigen in een oranje overall in Youtube- filmpjes."

Journalist en Programmamaker Sinan Can is door het Humanistisch Vredesberaad uitgeroepen tot Journalist voor de Vrede. Met zijn indrukwekkende documentaires als Bloedbroeders, De Arabische Storm en zijn nog te vertonen werk Onze Missie in Afghanistan, verkent hij de grenzen van pijn en hoop over de hele wereld. Hij laat ons in zijn prachtige werk verhalen zien, die getoond moeten worden en met gevaar voor eigen leven bewandelt hij hiervoor letterlijk en figuurlijk grenzen. Hoe ver zoekt hij zelf die grenzen op? En wat voor problemen veroorzaken grenzen in de wereld?
TheTittyMag: Je lijkt heel erg ver te gaan in het maken van documentaires om zo verhalen te tonen, waarvan jij vindt dat die verteld moeten worden. Hoe moeilijk vind je het zelf om niet te ver te gaan in het opzoeken van je eigen grenzen?
Sinan Can: Lastig, want ik zoek heel erg mijn eigen grenzen op en hoe ver ik hierin kan gaan. Ik wijs mensen die ik interview op hun grenzen, maar ik zoek ze zelf heel erg op. Al ben ik echt niet roekeloos en wij zijn tijdens het draaien zeker geen cowboys. We willen gewoon goede verhalen maken over mensen die het elders moeilijk hebben. We willen hun verhalen tonen aan de rest van de wereld. Ik kom in gevaarlijke gebieden en ik blijf pushen om verder te komen. Dan is het wel fijn om iemand te hebben die je beschermt om niet over je grenzen heen te gaan. Bij mij is die persoon mijn regisseur en vriend Thomas Blom. Hij zegt dan waarom we iets niet moeten doen.

TTM: Je laat ons verhalen zien die vaak gaan om leven en dood. Hoe bescherm jij de mensen die jij voor de camera interviewt?SC: Ik ben altijd open naar hen mensen. Het is zo belangrijk om mensen met een open blik te benaderen en hen te laten inzien waarom het zo van belang is dat ze hun verhaal vertellen. Het doel van een interview is het vertellen van een verhaal en daarmee de waarheid tonen.

TTM: Waar ligt dan de grens tussen het halen van een verhaal en de veiligheid van de persoon die je interviewt?SC: Ik dram niet eindeloos door om ze te overtuigen, want als ze twijfelen of zorgen  hebben, moet ik daar goed naar kijken. Natuurlijk heeft soms iemand een duwtje nodig, omdat een verhaal van groot maatschappelijk belang is, maar ik blijf in mijn werk altijd de ethische grenzen in de gaten houden. Mensen kunnen namelijk zelf soms niet voorstellen hoe groot de nasleep van het vertellen van hun verhaal kan zijn. Uiteindelijk laat ik de keuze altijd aan de mensen zelf of ze mee willen doen of niet. Ik ben een programmamaker, maar als mensen echt in de problemen zouden komen door in de openbaarheid te treden dan gaat hun veiligheid natuurlijk voor. Zo heb ik tijdens het opnemen van De Arabische Storm echt benadrukt, dat iedereen goed moest nadenken of ze wel of niet mee wilden doen. Iemand in Syrië of Afghanistan ziet uiteindelijk zelf niet de hele documentaire en ze weten daarom niet hoe hun verhaal overkomt op TV. Daarom zie ik het als mijn plicht om altijd integer hun verhaal te tonen. Hoe meer open je werkt, hoe fijner het werken is en hoe beter de geïnterviewden weten waar ze aan toe zijn. Je moet als mens altijd integer zijn, ongeacht welk werk je doet.

TTM: Wanneer merk je dat je over een grens heen gaat?
SC: Soms weet ik dat een verhaal heel erg belangrijk is om te maken, waardoor ik een tunnelvisie krijg en mezelf push om over een grens heen te gaan.

TTM: Ben je nooit bang?SC: Elk mens heeft angsten, dus ik ook, maar als ik het verhaal belangrijk vind dan komt er ook een ander mechanisme bij me los: overleven. Ik moet het overleven om dit verhaal de kijker te laten bereiken. Door deze drang schakel ik sommige dingen uit. Hierdoor ben je dan van tijd tot tijd wat kalmer. Het houdt je ook scherp tijdens het reizen door IS- of Taliban gebied of langs de frontlinie van Irak.Ik voel me uiteindelijk meer verantwoordelijk voor anderen dan voor mezelf. Ik liep bijvoorbeeld tijdens opnames in een hinderlaag van Taliban en de hele tijd dacht ik: O god, als de rest van mijn team maar niks overkomt. Ik wil mezelf zeker niet zien eindigen in een oranje overall in een Youtube- filmpje.

TTM: Heb je wel eens spijt gehad dat je uiteindelijk níet over een grens bent gegaan?
SC: Dat komt zeker voor, want je woont niet in dat land en je hebt vaak geen tweede bron dus dan luister je naar het advies van locals en dat pakt niet altijd goed uit. Al ben ik soms ook blij dat ik er juist voor kies om soms bepaalde dingen niet te doen, zoals tijdens onze laatste opnames in Afghanistan. Tijdens die reis waren er veel cruciale momenten en die gingen om leven en dood. Zo hebben we uiteindelijk besloten een moment waar de Taliban in gevecht was, niet te filmen. We hadden net in Uruzgan een hinderlaag meegemaakt, waarbij er tijdens een vuurgevecht van 2,5 uur 14 mensen voor onze ogen omkwamen. Het scheelde niet veel, of we zaten bijna in een tweede vuurgevecht en hoe groot is dan de kans, dat je er weer levend uitkomt?

TTM: Kan je alle ellende en pijn wel van je afzetten?SC: Soms hoor je collega’s zeggen, dat ze het als professional kunnen uitschakelen, maar wat heeft professioneel nou te maken met mens zijn? Je bent toch geen robot? Als je dat zo doet, mis je toch een aantal prikkels. Alle ellende die ik tegenkom raakt mij heel erg. In Irak leven er alleen al 3 miljoen weeskinderen! Of de kinderen in Kabul, die onder verschrikkelijke omstandigheden leven. Als je van kinderen houdt en je ziet al die kinderen in Irak en Afghanistan dan gaat dat door merg en been.Ik weet dat er altijd slechte gewetenloze mensen zullen zijn die oorlog voeren. De ellende blijft en dat hoort bij ons mensen. Ik probeer als individu mijn journalistieke ding te doen en misstanden en onrecht in andere delen van de wereld aan mensen in Nederland te tonen. Toch zie ik in al deze ellende ook overal tekens van hoop, liefde en menselijkheid. Dit geeft mij weer hoop. Hoop is wat de mens nodig heeft. De hoop dat iets in een bepaald gebied goed komt.TTM: Verbaas je je over het feit, dat er in de meest verschrikkelijke situaties en plekken nog steeds hoop is?SC: Ja! Dat is onze veerkracht als mens. Een man in Aleppo, die 100 katten van voedsel voorziet of een verpleger in een veldhospitaal, die iedere dag iemand helpt. Al dit soort kleine daden zijn grote daden, die ervoor zorgen dat deze mensen zelf ook niet verbitterd raken. Al is het maar iets kleins, je doet er toe. Je laat zien, dat je tegen geweld bent en dat er bij alle ellende en verlies en wanneer alles stuk is en in puin ligt nog steeds hoop aanwezig is. Er zullen altijd mensen met hoop zijn, overal, op elke plek en in elke tijd. Mensen die goed doen, ongeacht wat de consequenties zijn en die het redden van een leven belangrijker achten dan het behouden van hun eigen leven.TTM: Raak jij nooit zelf gefrustreerd over alle ellende, die je ziet?SC: Ik vraag me soms af of ik zelf niet verbitterd zou zijn als ik in hun situatie zou zitten, maar dit soort mensen zijn mentaal unbreakable. Ze leven vanuit de gedachte dat ieder mens een mens is, en dat als je er maar één kunt redden, dat dat waardevol is. Zulke mensen zie ik overal en als ik die niet zou tegenkomen op mijn reizen, zou ik zeker gefrustreerd raken. De dingen die ik zie, maken mij soms heel emotioneel,  maar het is mooi dat er ook lichtpuntjes zijn in donkere tijden als een stad als Aleppo.

TTM: Hoe belangrijk zijn grenzen voor ons?SC: Grenzen hebben alleen maar voor ellende gezorgd, dat zie je in de hele geschiedenis. Je kunt zeggen dat mensen  een eigen verantwoordelijkheid hebben voor het voeren van oorlogen, maar wij hebben als Westen zeker geen positieve rol gespeeld of gekeken naar verschillende gemeenschappen of gebieden.Dat zie je nu terug in bijvoorbeeld Afrika en het Midden-Oosten, waar de problematiek ligt in het feit dat wij als Westen gingen bepalen waar de grenzen moeten lopen. In Afrika zijn rechte lijnen dwars door gemeenschappen getrokken. In 1916 is in het Midden- Oosten hetzelfde gebeurd met de Arabische landen. Honderd jaar geleden bestond de Libanese keuken of het Palestijnse dialect niet, maar was het allemaal Arabisch. Libië bestaat pas als land sinds 1912 en is eigenlijk bedacht door de Italianen, die drie provincies wilden hebben van het Ottomaanse rijk en dit geforceerd tot een land wilde maken. Het trekken van grenzen zorgt voor overal in de wereld tot problemen, denk aan Noord/Zuid Jemen, Noord/Zuid Sudan en ga zo maar door. Heel veel landen kun je daarom niet meer tot een vredig land smeden.

TTM: Hechten we überhaupt niet te veel aan grenzen?SC: Ik dacht zelf, dat we de periodes van muren achter ons hadden gelaten zoals de Chinese muur, de Berlijnse Muur etc, maar dan zie je toch dat we teruggaan naar die banale tijden met het aanleggen van mijnenvelden en het bouwen van muren met prikkeldraad.Wanneer worden we nou echt global citizens en niet alleen achter onze computer? Wanneer stoppen we met het tegenhouden van mensen uit oorlogsgebied en gaan we die juist opvangen? Ons kan hetzelfde overkomen! We willen uit angst vasthouden aan grenzen om iets als cultuur of economie te beschermen, maar hoe meer grenzen er zijn, hoe minder begrip mensen voor elkaar hebben. Ik snap dat er een systeem moet zijn, maar je zorgt met grenzen voor minder contact en minder begrip. We hebben via social media contact met iedereen over de hele wereld, maar fysiek niet. Grenzen zijn het meest achterlijke wat er is en helaas grijpen we hier steeds weer op terug.