Even voorstellen: ik ben een biraciale meid. Half Nederlands, half Filipijns. “Best of both worlds” zeiden mijn ouders altijd toen ik kind was, en dat heb ik later ook gemerkt. Door mijn racialiteit merkte ik dat het makkelijk was om vrienden te maken. Ik vond raakvlak met verschillende groepen, zowel met witte, als met die van mensen van kleur. Met beide kon ik het dus goed vinden, maar in geen één voelde ik me helemaal thuis.
Doordat ik me met geen helemaal kon identificeren, voelde ik me als een hybride soort waar nog geen hokje voor was gemaakt. Mijn huidskleur en ras begreep ik gewoon niet helemaal. Desondanks werd ik door anderen altijd op mijn kleur aangewezen. In Nederland was ik ‘de Aziaat’ in de groep. Er werden er nonchalante grapjes gemaakt over instant noodles, mijn moeder’s accent en dat ik er voor altijd uit zou zien als een vijftienjarige. Daar kon ik op zich wel om lachen, maar op bepaalde momenten sloeg het van grappen over tot verbaal of fysiek geweld. Door aso’s werd ik regelmatig uitgescholden; en tijdens een avond uitgaan ben ik bij mijn keel gegrepen toen ik om dezelfde reden voor mezelf durfde op te komen.
Aan de andere kant van de wereld leek het ook te gebeuren, maar dan honderdtachtig graden omgedraaid. Wanneer ik mijn familie in de achterwijken van Manila bezocht, kreeg ik te horen dat ik dankbaar mocht zijn voor mijn bleke huid. Ik hoefde immers geen whitening crème op te smeren. Als ik op de straten van de Filipijnen liep, werd ik na gefluisterd, nagestaard en werden er stiekem foto’s van mij gemaakt. Mijn witte huid was schijnbaar extreem bijzonder, iets waar zij altijd naar zouden verlangen. “I wish I was as beautiful as you are” is een uitspraak die, tot mijn grote verdriet, werd grijsgedraaid. Na elk bezoek verliet ik het land met een familiefoto. Het was overduidelijk hoe wit ik was ten opzichte van de rest. Wat ben ik nou? Door witte mensen word ik niet als wit beschouwd, maar door mensen van kleur wél. Waar komt dat toch vandaan? Is dat niet behoorlijk scheef?
Het is lastig om een sterke identiteit te ontwikkelen, als je je niet stevig hebt kunnen verankeren in een cultuur. Wel kan je door deze afstand de boel beter analyseren en enigszins objectiever bekijken. Vooroordelen ontwikkel je namelijk niet zo snel als je je niet verbonden voelt met hetgeen dat je observeert. Toen ik ouder werd, begon ik steeds meer patronen te ontdekken. Mijn gekleurde omgeving vertelde andere verhalen dan mijn witte. Verhalen die hen niet alleen verdriet deden, maar een behoorlijk effect hadden op hun dagelijkse levens. Een witte huid brengt schijnbaar zoveel voordelen met zich mee, dat er op globaal niveau op verschillende manieren naar wordt gestreefd. Voor dingen die witte mensen enorm voor lief nemen.
Er zijn ontelbaar verhalen die witte mensen nooit zelf zullen ervaren of compleet kunnen begrijpen, maar wat mij opvalt is dat er ook niet vaak een poging tot wordt gedaan. Als ik over die verhalen begin, worden ze geminimaliseerd of genegeerd. Het is een constant debat, waar ik duizend argumenten voor klaar moet hebben staan. Ik kan nog steeds niet begrijpen waarom het zo moeilijk is om op een openhartige manier naar de ervaringen van mensen van kleur te luisteren, zonder in defensie te schieten. De white fragility is alive and kicking. Mocht er toch naar worden geluisterd, is een Instagram-post plaatsen de enige moeite die men bereid is te nemen. Dit is wat er moet veranderen. Je kunt namelijk zeggen dat je niet racistisch bent, maar zodra je als wit persoon besluit stil te blijven, houd je ook het racistische systeem in stand. Mensen van kleur hebben dus niet alleen jullie compassie, maar ook jullie actie nodig.
Na zevenentwintig jaar te analyseren als buitenstaander zonder verankerde identiteit, heb ik een conclusie kunnen trekken: het globale systeem waar wij in leven is compleet gefundeerd op witte suprematie. Als half wit, half gekleurd persoon wil ik van de daken schreeuwen dat ik er helemaal klaar mee ben. Ik ben klaar met dit onderdrukkende systeem, dat niet alleen mensenlevens, maar ook onze natuur compleet kapot maakt (Google “intersectional environmentalism”). Zo klaar, dat ik het punt heb bereikt dat alledaagse verhalen me niets meer kunnen interesseren. Instagram-stories en selfies over domme dingetjes doen me bijna kotsen. Ik kan niet meer aanhoren hoe fijn de vakanties en feestjes waren; en hoe erg er wordt genoten van het leven over de ruggen van mensen van kleur. Ik trek het niet meer om aandacht op te moeten eisen en vervolgens de koude schouder te ontvangen; en te horen dat ik blijer en positiever moet worden en minder boos moet zijn op de wereld.
Ik trek het niet meer en dat is helemaal oke. Mijn persoonlijke comfort is niet belangrijker dan het lijden van miljoenen black, indigenous & people of colour, wereldwijd. Afgelopen week heb ik, na het zoveelste gesprek over dit onderwerp, besloten dat het me niet meer uitmaakt hoeveel bruggen ik in de fik moet steken. White fragility en white silence ga ik simpelweg niet meer tolereren, en dat betekent dat ik vriendschappen en relaties op het spel zet. Officieel ga ik een compleet anti-racistisch leven tegemoet. Dat wordt een eenzame, moeilijke en slopende reis, waarbij ik nog veel moet leren. En weet je wat? So be it. Bring it on. Ik weet dat ik het beter moet doen, en ik kan alleen maar hopen en smeken dat de rest met me mee loopt.